De zaak in het kort
In deze rechtszaak, behandeld door de rechtbank Amsterdam, trachtten de kopers van een woning een voorschot op schadevergoeding te verkrijgen van de verkopers. Het geschil had betrekking op een woning die de kopers hadden verworven, waarbij zij later gebreken ontdekten die volgens hen het normale gebruik van de woning belemmerden. De rechtbank moest beslissen of de verkopers aansprakelijk waren voor deze gebreken en of de kopers recht hadden op een voorschot op de schadevergoeding. Uiteindelijk oordeelde de rechtbank dat de eis van de kopers werd afgewezen omdat onvoldoende duidelijk was of de gebreken al dan niet bekend of kenbaar waren voor de kopers op het moment van de aankoop.
Het verloop van het proces en de feiten
De kopers, aangeduid als [eiser 1] en [eiser 2], hadden in augustus 2025 een woning bezichtigd die te koop stond na de scheiding van de verkopers, [gedaagde 1] en [gedaagde 2]. Na enkele onderhandelingen werd de woning gekocht voor € 960.000. De kopers voerden een bouwkundig onderzoek uit waarin enkele gebreken werden vermeld, maar geen aanbevelingen voor nader onderzoek werden geformuleerd.
Enkele maanden later, in januari 2026, begonnen de kopers met verbouwingen en ontdekten zij ernstige gebreken aan de vloerbalken door houtrot en zwammen, evenals gebreken aan de aanbouw. Deze gebreken bleken omvangrijk en kostbaar om te herstellen. De kopers vorderden daarop in kort geding een voorschot van € 132.374 op de schadevergoeding voor de herstelkosten en stelden dat de verkopers op de hoogte waren van de gebreken maar deze niet hadden gemeld.
Tijdens de procedure voerden de verkopers aan dat zij niet op de hoogte waren van de gebreken en dat de kopers voldoende gelegenheid hadden gehad om zelf onderzoek te verrichten. Zij stelden dat de gebreken kenbaar hadden kunnen zijn voor de kopers en dat de verkopers hun mededelingsplicht niet hadden geschonden. Daarnaast wezen de verkopers op de regels van de vereniging van eigenaren (VvE) die verantwoordelijk zou zijn voor een deel van de herstelkosten.
De beslissing van de rechtbank
De rechtbank oordeelde dat de eis van de kopers voor een voorschot op de schadevergoeding werd afgewezen. De rechtbank vond dat er onvoldoende bewijs was dat de gebreken aan de woning niet kenbaar waren voor de kopers ten tijde van de aankoop. Daarnaast was er geen duidelijke aanwijzing dat de verkopers hun mededelingsplicht hadden geschonden. De tegenstrijdige verklaringen van een loodgieter en de betwiste verklaring van een buurman waren onvoldoende om de aansprakelijkheid van de verkopers vast te stellen.
Verder oordeelde de rechtbank dat de vordering onvoldoende was onderbouwd omdat er geen rekening gehouden was met de mogelijkheid dat de VvE verantwoordelijk zou zijn voor een deel van de kosten, en dat er correcties voor ‘nieuw voor oud’ toegepast moesten worden. Hierdoor was de hoogte van de vordering niet klip en klaar.
Tenslotte wees de rechtbank ook de vordering voor inzage in financiële bescheiden van de verkopers af, omdat deze onvoldoende bepaald was en geen rechtsgrond had. De kopers werden veroordeeld tot het betalen van de proceskosten van de verkopers.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




