De zaak in het kort
In deze zaak heeft de rechtbank Amsterdam een geschil behandeld tussen de Vereniging van Eigenaren (VvE) en een appartementseigenaar, hierna te noemen [gedaagde]. De VvE eiste dat [gedaagde] noodzakelijke herstelwerkzaamheden aan zijn badkamer zou uitvoeren omdat deze lekkages veroorzaakte die schade aanrichtten aan zowel zijn eigen appartement als aan gemeenschappelijke delen van het gebouw. De VvE vroeg ook om schadevergoeding voor de gemaakte kosten om de lekkages te onderzoeken en te verhelpen. De rechtbank heeft de eisen van de VvE grotendeels toegewezen.
Het verloop van het proces en de feiten
De procedure begon met een dagvaarding op 27 mei 2025. Tijdens de daaropvolgende zittingen werden verschillende stukken en bewijzen ingediend, waaronder rapporten van lekdetectiebedrijven en schade-experts die de slechte staat van de badkamer van [gedaagde] bevestigden. De VvE had sinds 2020 meerdere onderzoeken laten uitvoeren naar de oorzaak van de lekkages. Uit deze onderzoeken bleek dat de badkamer van [gedaagde] ernstige gebreken vertoonde, zoals verouderde leidingen en niet-waterdichte voegen.
De VvE had [gedaagde] herhaaldelijk gevraagd om de noodzakelijke reparaties uit te voeren, maar hij had hier niet op gereageerd. [gedaagde] voerde aan dat hij zijn badkamer sinds 2019 niet meer gebruikte vanwege zijn werk, en dat hij door persoonlijke problemen niet in staat was geweest om op de verzoeken van de VvE te reageren.
Tijdens de mondelinge behandeling stelde de VvE dat de voortdurende lekkages een gevaar vormden voor de veiligheid van het gebouw en dat [gedaagde] verplicht was om zijn badkamer te herstellen om verdere schade te voorkomen.
De beslissing van de rechtbank
De rechtbank oordeelde dat [gedaagde] verantwoordelijk was voor het onderhoud van zijn badkamer en dat hij de noodzakelijke herstelwerkzaamheden moest uitvoeren om verdere schade aan de gemeenschappelijke delen van het gebouw te voorkomen. De rechtbank gaf [gedaagde] 30 dagen de tijd om de reparaties uit te voeren en legde een dwangsom op van € 100,00 per dag indien hij in gebreke zou blijven, met een maximum van € 10.000,00.
Daarnaast werd [gedaagde] veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding aan de VvE van € 8.233,53 voor de gemaakte kosten gerelateerd aan de lekkages. Dit bedrag omvatte onder andere de kosten voor lekdetectie en de extra werkzaamheden die de beheerder had moeten verrichten.
Wat betreft de toegang tot de woning voor herstelwerkzaamheden, oordeelde de rechtbank dat de vordering van de VvE op dit punt niet in de huidige dagvaardingsprocedure kon worden behandeld. De rechtbank besloot daarom deze kwestie af te splitsen en verder te behandelen volgens de regels van de verzoekschriftprocedure.
Verder kende de rechtbank de VvE een bedrag van € 786,68 toe voor buitengerechtelijke kosten, gebaseerd op een forfaitair tarief, omdat de VvE niet kon specificeren welk deel van de gevorderde kosten betrekking had op werkzaamheden buiten de gerechtelijke procedure.
Ten slotte werd [gedaagde] veroordeeld in de proceskosten, die werden begroot op € 1.610,21, inclusief griffierecht en de kosten van de gemachtigde van de VvE.
De rechtbank verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad, wat betekent dat het onmiddellijk ten uitvoer kan worden gelegd ondanks een eventueel hoger beroep. De kantonrechter benadrukte dat [gedaagde] zijn verplichtingen moest nakomen om verdere juridische stappen te voorkomen.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




