De zaak in het kort
In deze zaak heeft de Vereniging van Eigenaren (VvE) een kort geding aangespannen tegen een individuele eigenaar, aangeduid als [gedaagde], die woonachtig is op een bepaalde locatie. De VvE vordert medewerking van [gedaagde] aan de onderhoudswerkzaamheden aan de standleidingen van het gebouw. De voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Holland heeft op 10 april 2026 vonnis gewezen. [gedaagde] was niet aanwezig tijdens de mondelinge behandeling en is bij verstek veroordeeld. De rechter heeft vastgesteld dat [gedaagde] binnen een week na betekening van het vonnis moet meewerken aan de onderhoudswerkzaamheden. Daarnaast is er een dwangsom opgelegd voor elke dag dat [gedaagde] niet voldoet aan deze verplichting.
Het verloop van het proces en de feiten
De procedure is gestart met een dagvaarding waarin de VvE haar vordering uiteen heeft gezet. De mondelinge behandeling vond plaats op 8 april 2026. Tijdens deze zitting heeft de VvE aangegeven dat de besluiten over de financiering van de standleidingen op de agenda stonden van de vergadering van de VvE op 30 september 2025, en dat deze besluiten ook daadwerkelijk zijn genomen tijdens die vergadering.
De VvE heeft een spoedeisend belang bij de zaak gezien de aard van de vordering, namelijk het uitvoeren van noodzakelijke onderhoudswerkzaamheden. De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat de vordering van de VvE niet ongegrond of onrechtmatig is en daarom toewijsbaar is.
[gedaagde] is niet op de zitting verschenen en er is verstek tegen hem verleend. Dit betekent dat de rechter op basis van de beschikbare documenten en de verklaringen van de VvE een beslissing heeft genomen, zonder dat [gedaagde] zijn kant van het verhaal heeft kunnen toelichten.
De beslissing van de rechtbank
De rechtbank heeft [gedaagde] veroordeeld om binnen een week na de betekening van het vonnis zijn volledige en onvoorwaardelijke medewerking te verlenen aan de uitvoering van de onderhoudswerkzaamheden aan de standleidingen. Dit houdt in dat [gedaagde], indien nodig, meerdere keren toegang moet verlenen aan de afgevaardigden van het bestuur van de VvE en de aannemers tot zijn woning. Tijdens deze werkzaamheden dient hij zich te houden aan de instructies van de aannemer(s).
Daarnaast heeft de rechtbank bepaald dat [gedaagde] een dwangsom van € 1.000,00 moet betalen voor elke dag, inclusief dagdelen, dat hij niet aan de veroordeling voldoet. Deze dwangsom wordt gemaximeerd tot een totaalbedrag van € 5.000,00. Indien [gedaagde] niet aan de verplichtingen voldoet en de maximale dwangsom is bereikt, kan de VvE het appartementsrecht van [gedaagde] tijdelijk laten ontruimen voor de duur van de werkzaamheden.
Verder is [gedaagde] veroordeeld tot het betalen van de proceskosten, die door de rechtbank zijn begroot op € 1.837,02. Deze kosten omvatten de kosten van de dagvaarding, het griffierecht, het salaris van de advocaat van de VvE, en bijkomende nakosten. Als de betekening van het vonnis plaatsvindt, worden deze kosten verhoogd met € 98,00 plus de kosten van betekening.
Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat het onmiddellijk ten uitvoer kan worden gelegd, ook als [gedaagde] besluit in hoger beroep te gaan. De rechtbank heeft het meer of anders gevorderde door de VvE afgewezen.
Dit vonnis is op 10 april 2026 in het openbaar uitgesproken door de voorzieningenrechter, mr. W.S.J. Thijs.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.



