De zaak in het kort
In deze juridische kwestie, behandeld door de Rechtbank Rotterdam, stond een conflict tussen een appartementseigenaar, aangeduid als [eiser], en de Vereniging van Eigenaars (VvE) centraal. De eiser had te maken met wateroverlast en schimmelproblemen in zijn appartement en eiste schadevergoeding van de VvE. De VvE had reeds stappen ondernomen door een aannemer in te schakelen, maar de werkzaamheden werden niet uitgevoerd omdat de eiser de aannemer de toegang tot zijn woning had geweigerd. Het geschil draaide om de vraag wie verantwoordelijk was voor de schade en of de VvE aansprakelijk kon worden gesteld voor de herstelkosten.
Het verloop van het proces en de feiten
De procedure begon met een dagvaarding van [eiser] op 19 mei 2025, waarin hij de VvE verzocht om een schadevergoeding van € 14.591,28 te betalen, vermeerderd met rente en proceskosten. De aanleiding voor de eis was een klacht van [eiser] over wateroverlast en schimmel in zijn appartement op de begane grond. De VvE had aanvankelijk een aannemer opdracht gegeven om de standleiding te inspecteren en het schimmelprobleem te onderzoeken, maar [eiser] stelde dat de lekkage werd veroorzaakt door de bovenburen en niet door de standleiding.
Ondanks eerdere werkzaamheden door een lekdetectiebedrijf en de inschakeling van een tweede aannemer, kwam het niet tot daadwerkelijke reparaties omdat [eiser] de toegang voor de aannemer blokkeerde. Dit leidde tot een geschil over de verantwoordelijkheid van de VvE voor de schade. [eiser] was van mening dat de VvE in gebreke was gebleven sinds mei 2022 en dat hij recht had op compensatie.
Tijdens de zitting op 9 december 2025, waarbij [eiser] en zijn gemachtigde niet aanwezig waren, werd het standpunt van de VvE verdedigd door hun beheerder en gemachtigde. [eiser] had eerder aangegeven dat de beheerder geen machtiging van de VvE-vergadering had om in de rechtszaak te vertegenwoordigen, hetgeen volgens hem verstekvonnis rechtvaardigde. De kantonrechter verwierp dit argument, stellende dat de beheerder geen machtiging nodig had om verweer te voeren in een dergelijke zaak.
De beslissing van de rechtbank
De kantonrechter oordeelde dat de eis van [eiser] tot schadevergoeding moest worden afgewezen. Het oordeel was gebaseerd op de bevinding dat [eiser] zelf had geweigerd om de aannemer binnen te laten, wat neerkwam op schuldeisersverzuim. Hierdoor kon de VvE niet aansprakelijk worden gehouden voor de kosten van de niet-uitgevoerde werkzaamheden.
Verder werd vastgesteld dat [eiser] onvoldoende had aangetoond dat de VvE aansprakelijk was voor de schade in de keuken van zijn appartement. De kantonrechter stelde dat de schade mogelijk te wijten was aan ondeugdelijk onderhoud door de bovenburen, en dat in het geval van een gemeenschappelijk gebrek de gezamenlijke eigenaren verantwoordelijk zouden zijn, niet de VvE.
De rechtbank veroordeelde [eiser] tot betaling van de proceskosten aan de VvE, begroot op € 1.008,-, inclusief de wettelijke rente. De uitspraak werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat de veroordeling onmiddellijk kan worden uitgevoerd, zelfs indien beroep wordt aangetekend.
De zaak illustreert de complexiteit van juridische geschillen binnen een Vereniging van Eigenaars, waarbij de verantwoordelijkheden van individuele appartementseigenaren en de VvE zorgvuldig moeten worden afgewogen. De uitspraak benadrukt dat eigenaren die adequate medewerking weigeren bij het verhelpen van gebreken, zelf het risico lopen op schuldeisersverzuim en de daaraan verbonden juridische consequenties.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




