De zaak in het kort
In deze zaak stond het verzoek van een appartementseigenaar centraal die toestemming vroeg aan de Vereniging van Eigenaren (VVE) om een airco-unit op zijn loggia te plaatsen. De VVE weigerde de toestemming, waarop de eigenaar de kantonrechter verzocht om het VVE-besluit te vernietigen en hem een vervangende machtiging te verlenen. De kantonrechter wees het verzoek af, waardoor de eigenaar de airco-unit niet mag plaatsen zonder de vereiste toestemming van de VVE.
Het verloop van het proces en de feiten
De eigenaar, die samen met een andere persoon de aanvraag deed, is eigenaar van een appartement op de 13e etage van een woongebouw in Rotterdam. Het conflict ontstond toen hij toestemming vroeg aan de VVE om een airco-unit op zijn loggia te installeren, wat de VVE afwees. In zijn verzoekschrift aan de rechtbank vroeg de eigenaar om vernietiging van het VVE-besluit en een vervangende machtiging om de installatie toch te kunnen uitvoeren.
Het procesdossier bevatte verschillende schriftelijke stukken, waaronder het verzoekschrift, diverse verweerschriften van de VVE en andere appartementseigenaren, en aanvullende reacties en stukken. Tijdens een zitting op 8 december 2025 werden de standpunten van beide partijen besproken. De eigenaar betoogde dat de airco noodzakelijk was vanwege de gezondheidsproblemen van zijn echtgenote, die last heeft van hartritmestoornissen en een koele slaapomgeving nodig heeft.
De zaak is complex vanwege de structuur van de VVE, die bestaat uit een hoofdsplitsing met verschillende ondersplitsingen. Volgens de statuten van de VVE is goedkeuring van zowel de hoofdsplitsing als de ondersplitsingen vereist voor het aanbrengen van installaties zoals airco-units. De kantonrechter moest bepalen of de eigenaar zijn verzoek aan de juiste VVE-onderdelen had gericht en of de VVE onredelijk handelde door de toestemming te weigeren.
De beslissing van de rechtbank
De kantonrechter oordeelde dat het verzoek van de eigenaar aan de juiste VVE was gericht, maar dat de VVE in redelijkheid had kunnen besluiten de toestemming te weigeren. De rechter wees op de wettelijke bepalingen en statuten van de VVE, die voorschrijven dat voor het plaatsen van dergelijke installaties goedkeuring van de VVE vereist is. Het besluit van de VVE was volgens de kantonrechter niet in strijd met de redelijkheid en billijkheid.
Bij de beoordeling van de redelijkheid van het VVE-besluit speelde de mogelijkheid van geluidshinder door de airco een belangrijke rol. De eigenaar kon niet overtuigend aantonen dat het geluidsniveau onder de wettelijke norm zou blijven. Tevens was er onvoldoende bewijs geleverd dat er geen alternatieve koelingsmogelijkheden waren. De VVE voerde aan dat er alternatieven zijn die minder overlast veroorzaken en dat er risico’s zijn met betrekking tot wijzigingen aan de gevel.
De kantonrechter besloot dat de VVE de toestemming niet zonder redelijke grond had geweigerd en wees zowel het verzoek tot vernietiging van het VVE-besluit als het verzoek om een vervangende machtiging af. De eigenaar werd veroordeeld in de proceskosten, begroot op € 864,-. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad, wat betekent dat deze direct uitgevoerd mag worden, zelfs als er een hoger beroep wordt ingesteld.
In het kader van de VVE-regels en het belang van de gemeenschap binnen het appartementencomplex, vond de kantonrechter dat de eigenaar zijn verzoek onvoldoende had onderbouwd. Hierdoor bleef de oorspronkelijke beslissing van de VVE om geen toestemming te verlenen voor de installatie van de airco ongewijzigd van kracht.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




