De zaak in het kort
De rechtbank Rotterdam heeft op 6 maart 2026 een verzoek van een appartementseigenaar afgewezen om een besluit van de Vereniging van Eigenaars (VVE) te vernietigen. De eigenaar had gevraagd om toestemming voor het plaatsen van een airco-unit op zijn loggia. De VVE had deze toestemming geweigerd. De eigenaar vroeg de kantonrechter om dit besluit te vernietigen en om een vervangende machtiging te verlenen. De kantonrechter oordeelde dat de VVE in redelijkheid de toestemming had kunnen weigeren, onder meer vanwege zorgen over geluidsoverlast en het ontbreken van een deugdelijke onderbouwing door de verzoeker.
Het verloop van het proces en de feiten
De procedure begon met een verzoekschrift dat op 4 juni 2025 werd ingediend door de verzoekende partij, een eigenaar van een appartement op de 13e etage van een gebouw in Rotterdam. De eigenaar wilde een airco-unit op zijn loggia plaatsen, maar de VVE keurde dit verzoek af. De eigenaar procedeerde zelf tegen de VVE, vertegenwoordigd door mr. S.J. Schultze.
De zaak werd op 8 december 2025 behandeld tijdens een zitting waar beide partijen hun standpunten konden toelichten. Verschillende appartementseigenaren en bestuursleden van de VVE waren aanwezig. De kantonrechter stelde de VVE in de gelegenheid om nader te reageren op het verzoek van de eigenaar en de eigendomsstructuur van de VVE nader toe te lichten.
De eigenaar had zijn verzoek om toestemming correct bij de VVE ingediend, die deel uitmaakt van een complex systeem van hoofdsplitsing en ondersplitsingen. Volgens de splitsingsakte was voorafgaande toestemming van zowel de Hoofd-VvE als de ondervereniging vereist voor het plaatsen van luchtbehandelings- en koelinstallaties. De eigenaar had zijn aanvraag aan de juiste VVE gericht, maar desondanks wees de kantonrechter het verzoek tot vernietiging van het besluit af.
De beslissing van de rechtbank
De kantonrechter wees het verzoek tot vernietiging van het VVE-besluit af. Volgens artikel 2:15 BW kan een besluit van een orgaan van een VVE worden vernietigd als het in strijd is met wettelijke of statutaire bepalingen, redelijkheid en billijkheid, of een reglement. In deze zaak was niet gebleken dat het besluit op dergelijke gronden vernietigbaar was.
De eigenaar stelde dat er medische redenen waren voor zijn verzoek: zijn echtgenote, een hartpatiënt, had baat bij een koele slaapkamer. De kantonrechter erkende deze noodzaak, maar oordeelde dat de eigenaar onvoldoende had onderbouwd dat de airco-unit de beste of enige oplossing was. Ook de zorgen van de VVE over geluidsoverlast waren niet voldoende weerlegd door de eigenaar. Een deskundige berekening van het geluidsniveau ontbrak, waardoor de VVE in redelijkheid haar toestemming kon weigeren.
Daarnaast wees de kantonrechter het verzoek om een vervangende machtiging af. Zo’n machtiging kan alleen worden verleend als de toestemming zonder redelijke grond wordt geweigerd, en dat was hier niet het geval. Zelfs als de kantonrechter een vervangende machtiging zou hebben verleend, zou dit niet automatisch de vereiste toestemming van de ondervereniging en de Hoofd-VvE impliceren.
Ten slotte werd de verzoekende partij veroordeeld in de proceskosten, die aan de kant van de VVE werden begroot op € 864. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat deze meteen mag worden uitgevoerd, zelfs als er hoger beroep wordt aangetekend.
Deze zaak illustreert het belang van een gedegen voorbereiding en onderbouwing bij verzoeken tot aanpassing van gemeenschappelijke ruimtes binnen een VVE-structuur. Het toont ook aan hoe complex de besluitvorming binnen VVE-structuren kan zijn, vooral wanneer meerdere lagen van goedkeuring vereist zijn. De uitspraak biedt inzicht in de juridische eisen en overwegingen die komen kijken bij het verkrijgen van toestemming voor aanpassingen aan appartementen binnen dergelijke structuren.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




