VvErechtspraak.nl
Geen resultaten
Bekijk alle resultaten
  • VvE beheer
  • VvE-Incasso
  • Aansprakelijkheid bestuur
  • Procesrecht
  • Overlast en hinder
  • Onderhoud
  • Overige categorieën
    • Bestemming van het appartement
    • Diversen
    • Lekkage en andere schade
    • Rechtsgeldigheid VvE besluit
    • Verbouwingen
    • Verduurzaming
    • Verjaring in de VvE
    • Vervangende machtiging
    • Wijzigingen van de splitsingsakte
  • VvE beheer
  • VvE-Incasso
  • Aansprakelijkheid bestuur
  • Procesrecht
  • Overlast en hinder
  • Onderhoud
  • Overige categorieën
    • Bestemming van het appartement
    • Diversen
    • Lekkage en andere schade
    • Rechtsgeldigheid VvE besluit
    • Verbouwingen
    • Verduurzaming
    • Verjaring in de VvE
    • Vervangende machtiging
    • Wijzigingen van de splitsingsakte
Geen resultaten
Bekijk alle resultaten
VvErechtspraak.nl
Geen resultaten
Bekijk alle resultaten

ECLI:NL:RBNHO:2026:4154 VvE aansprakelijk voor betaling bouwfactuur met btw-correctie

by VvERechstpraak.nl
24/04/2026
Reading Time: 2 mins read
A A
0

De zaak in het kort

In deze zaak draait het om een geschil tussen de besloten vennootschap DHB Bouw B.V. en een vereniging van eigenaren (VvE) met betrekking tot de betaling van een factuur. DHB Bouw B.V. had een overeenkomst met de VvE gesloten voor het uitvoeren van werkzaamheden aan een appartementencomplex. Er ontstond echter een dispuut over de betaling van een factuur die betrekking had op meer- en minderwerk en een btw-correctie. De VvE weigerde de volledige betaling te verrichten, waarop DHB Bouw B.V. naar de rechtbank stapte om de betaling af te dwingen.

Gerelateerde uitspraken

ECLI:NL:RBROT:2026:3522 VvE-lid mag bijdrage niet opschorten ondanks betalingsproblemen

ECLI:NL:OGHACMB:2026:72 mandeligheid en eigendomsoverdracht Ocean Breeze Resort Bonaire

ECLI:NL:GHAMS:2026:1032 eigenaarsbesluiten over onderhoud appartementencomplex bevestigd

Het verloop van het proces en de feiten

Het proces begon met een dagvaarding van DHB Bouw B.V. jegens de VvE. De overeenkomst voor de werkzaamheden was eerder gesloten, waarbij een aanneemsom van € 38.192,93 inclusief btw was overeengekomen. De werkzaamheden werden in april 2024 voltooid, maar de VvE betaalde de factuur van 15 april 2024, ter waarde van € 3.089,03, grotendeels niet. De VvE had op 8 mei 2025 een deelbetaling van € 990,70 gedaan.

De VvE argumenteerde dat de meerwerkovereenkomst vernietigbaar was op basis van het consumentenrecht, omdat ze niet volledig geïnformeerd waren over de kosten. Ze stelden ook dat DHB Bouw B.V. onterecht dubbele posten in rekening had gebracht en dat er een foutieve btw-tarief was toegepast op bepaalde werkzaamheden. Aan de andere kant betoogde DHB Bouw B.V. dat de VvE in gebreke was gebleven met de tijdige betaling van de volledige factuur.

Tijdens de zitting benadrukte DHB Bouw B.V. dat er overeenstemming was bereikt over het meer- en minderwerk, en dat de goedkeuring van de destijds bevoegde bestuurder van de VvE, [bedrijf 1], de factuur inclusief correcties toewijsbaar maakte.

De beslissing van de rechtbank

De rechtbank in Noord-Holland oordeelde in het voordeel van DHB Bouw B.V. De kantonrechter stelde dat de VvE niet als consument kon worden beschouwd en daarom geen beroep kon doen op de bescherming van het consumentenrecht. Daarbij werd vastgesteld dat de VvE een rechtspersoon is, en zodoende niet in aanmerking komt voor de reflexwerking van het consumentenrecht die bedoeld is voor natuurlijke personen.

De rechtbank concludeerde dat de goedkeuring van het meer- en minderwerk door de bestuurder van de VvE bindend was. Dit betekende dat de VvE alsnog de volledige factuur moest betalen, met inachtneming van een btw-correctie die reeds was doorgevoerd.

De VvE werd veroordeeld om het resterende bedrag van € 2.262,92 aan DHB Bouw B.V. te betalen, vermeerderd met de wettelijke handelsrente vanaf de vervaldatum van de factuur. Daarnaast moest de VvE ook de proceskosten betalen, die aan de kant van DHB Bouw B.V. waren begroot op € 1.178,85.

ADVERTISEMENT

Tot slot werd bepaald dat het vonnis uitvoerbaar bij voorraad was verklaard, wat betekent dat de VvE de betaling moest verrichten, ongeacht een eventueel hoger beroep. De rechtbank wees de overige vorderingen van de VvE af.

Lees de originele uitspraak hier.

Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.

ShareSendSend
Previous Post

ECLI:NL:RBGEL:2026:2925 – Ontbinding huwelijksgemeenschap en eigendomsverdeling

Next Post

ECLI:NL:RBLIM:2026:3104 VvE-lid niet gebonden aan exploitatieovereenkomst energieleverancier

Gerelateerde uitspraken>>>

Rechtsgeldigheid VvE besluit

ECLI:NL:RBROT:2026:3522 VvE-lid mag bijdrage niet opschorten ondanks betalingsproblemen

24/04/2026
Rechtsgeldigheid VvE besluit

ECLI:NL:OGHACMB:2026:72 mandeligheid en eigendomsoverdracht Ocean Breeze Resort Bonaire

24/04/2026
Rechtsgeldigheid VvE besluit

ECLI:NL:GHAMS:2026:1032 eigenaarsbesluiten over onderhoud appartementencomplex bevestigd

24/04/2026

VvErechtspraak.nl

  • Contact
  • Over ons

Bezoek ook eens

Nederlandvve

Alle rechten onder voorbehoud © 2025 VvE Rechtspraak.

Geen resultaten
Bekijk alle resultaten
  • VvE beheer
  • VvE-Incasso
  • Aansprakelijkheid bestuur
  • Procesrecht
  • Overlast en hinder
  • Onderhoud
  • Overige categorieën
    • Bestemming van het appartement
    • Diversen
    • Lekkage en andere schade
    • Rechtsgeldigheid VvE besluit
    • Verbouwingen
    • Verduurzaming
    • Verjaring in de VvE
    • Vervangende machtiging
    • Wijzigingen van de splitsingsakte

Alle rechten onder voorbehoud © 2025 VvE Rechtspraak.