In deze zaak stond een conflict binnen een Vereniging van Eigenaars (VvE) centraal over wie verantwoordelijk is voor het onderhoud van bepaalde ramen en schuifpuien in een appartementencomplex. De eigenaren van een appartement, aangeduid als [appellanten], waren van mening dat de VvE ten onrechte had besloten dat het onderhoud van deze elementen onder haar verantwoordelijkheid viel. Zij meenden dat deze besluiten in strijd waren met de wet, het splitsingsreglement en de eisen van redelijkheid en billijkheid. De kantonrechter wees hun verzoek af, en het Gerechtshof Amsterdam bekrachtigde deze beslissing.
VvE-besluit over onderhoud schuiframen ter discussie
Het conflict begon toen [appellanten] bij de kantonrechter een verzoek indienden om de VvE-besluiten nietig of vernietigbaar te verklaren. De VvE voerde hiertegen aan dat de PH-ramen als gemeenschappelijke zaken moesten worden beschouwd. De kantonrechter oordeelde dat de ramen en schuifpuien volgens de splitsingsakte als gemeenschappelijk moesten worden aangemerkt, en wees het verzoek van [appellanten] af.
Standpunten in hoger beroep
[Appellanten] gingen in hoger beroep en voerden zes grieven aan tegen de beschikking van de kantonrechter. Zij verzochten het hof om de besluiten alsnog nietig te verklaren of te vernietigen. De VvE diende een verweerschrift in en stelde een tegenverzoek. Tijdens de mondelinge behandeling lichten beide partijen hun standpunten toe.
Beoordeling door het hof
Het hof moest bepalen of de verdeling van de onderhoudsverplichtingen door de VvE in strijd was met het splitsingsreglement. Het hof oordeelde dat de ramen en schuifpuien gemeenschappelijk zijn en dat het onderhoud ervan de verantwoordelijkheid van de VvE is. Dit oordeel was in lijn met het splitsingsreglement.
Beslissing over redelijkheid en billijkheid
Het hof overwoog dat de besluiten van de VvE niet strijdig waren met de redelijkheid en billijkheid. De besluiten bevestigden onderhoudsverplichtingen die al uit het splitsingsreglement voortvloeiden. Het feit dat ook eigenaren zonder deze ramen en schuifpuien moesten bijdragen aan het onderhoud was geen reden om anders te oordelen.
Beoordeling van de besluitvorming
Ten aanzien van de totstandkoming van de besluiten vond het hof geen gebreken die tot nietigheid of vernietigbaarheid zouden leiden. Het hof bekrachtigde daarom de beschikking van de kantonrechter en veroordeelde [appellanten] in de kosten van het hoger beroep. De VvE werd niet-ontvankelijk verklaard in haar in hoger beroep voor het eerst gedane verzoek.
Vergelijkbare uitspraken
Bron
ECLI: ECLI:NL:GHAMS:2026:1032
Lees de originele uitspraak op Rechtspraak.nl
Deze samenvatting is met zorg samengesteld op basis van de oorspronkelijke uitspraak. Wilt u deze uitspraak gebruiken ter onderbouwing van een standpunt, procedure of besluit, raadpleeg dan altijd de volledige originele uitspraak.




