In deze zaak draaide het om een conflict tussen een lid van een Vereniging van Eigenaars (VvE) en de VvE zelf over wie de lekkagekosten van een dakkapel moet dragen. Het VvE-lid, aangeduid als eiser, kreeg in 2005 toestemming om dakkapellen te plaatsen, op voorwaarde dat zij de onderhoudskosten zou dragen. In 2024 ontstond er lekkage, en de vraag rees wie de herstelkosten moest betalen. De eiser stelde dat de dakkapel tot het gemeenschappelijk deel behoort en dat de VvE de kosten moest dragen. De VvE beriep zich echter op de afspraak dat de kosten voor de eiser zijn.
Verloop van het proces en de feiten
De eiser daagde de VvE op 22 januari 2025 in kort geding voor de kantonrechter. Tijdens de mondelinge behandeling op 30 januari 2025 betoogde de eiser dat de lekkage niet het gevolg was van de plaatsing van de dakkapellen, maar van slecht onderhoud aan het gemeenschappelijke dak. Daarnaast stelde de eiser dat de kostenvoorwaarde in strijd was met de splitsingsakte en daarom nietig zou zijn. De VvE hield vol dat alle onderhoudskosten van de dakkapellen voor rekening van de eiser kwamen, zoals ook bij andere eigenaren met vergelijkbare situaties was toegepast.
Oorzaak van de lekkage
Tijdens de zitting voerde de eiser aan dat de lekkage mede veroorzaakt werd door slecht onderhoud van het gemeenschappelijke dak. De VvE hield echter vast aan de afspraak dat de onderhoudskosten voor de eiser waren. Volgens een rapport liet de dakbedekking van de dakkapellen los, wat de directe oorzaak van de lekkage zou zijn. Daarom zouden de herstelkosten van de dakbedekking en de lekkage voor rekening van de eiser komen. Kosten voor het vervangen van de hemelwaterafvoer en het schoonmaken van de dakgoten, die geen verband hielden met de dakkapellen, zouden voor rekening van de VvE komen.
Beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter oordeelde dat er een spoedeisend belang was, gezien de schade die de aanhoudende lekkage kan veroorzaken. De kantonrechter concludeerde dat de onderhouds- en herstelkosten van de dakkapellen, zowel ten tijde van de plaatsing als daarna, voor rekening van de eiser komen. Hoewel de tekst van de voorwaarde ongelukkig was geformuleerd, was de bedoeling voldoende duidelijk. De afspraken waren niet in strijd met de splitsingsakte of statuten.
De kantonrechter wees de vorderingen van de eiser af en veroordeelde haar tot het betalen van de proceskosten van de VvE, begroot op € 678,00. De uitspraak werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat inhoudt dat deze gevolgd moet worden, zelfs als er hoger beroep wordt ingesteld. De eiser moet de proceskosten binnen veertien dagen na aanschrijving betalen, vermeerderd met de kosten van betekening als niet tijdig aan de veroordeling wordt voldaan.
Vergelijkbare uitspraken
Bron
ECLI: ECLI:NL:RBMNE:2025:375
Lees de originele uitspraak op Rechtspraak.nl
Deze samenvatting is met zorg samengesteld op basis van de oorspronkelijke uitspraak. Wilt u deze uitspraak gebruiken ter onderbouwing van een standpunt, procedure of besluit, raadpleeg dan altijd de volledige originele uitspraak.




