In een kort geding bij de rechtbank Overijssel stonden twee appartementseigenaren, [eiser 1] en [eiser 2], tegenover de VvE van hun appartementencomplex. Ze eisten dat de VvE maatregelen zou nemen om de kelder waterdicht te maken vanwege herhaalde wateroverlast. Ook vroegen ze om schadevergoeding: € 25.000 voor [eiser 1] en een voorschot van € 50.000 voor [eiser 2]. De rechter wees alle vorderingen af en stelde dat de VvE niet aansprakelijk is voor de wateroverlast.
Achtergrond van het conflict
Het conflict ontstond nadat [eiser 2], die een horecabedrijf in de kelder huurt, in december 2023 wateroverlast ontdekte. De kelder is onderdeel van een appartementencomplex dat in 1978 in appartementsrechten is gesplitst. [eiser 1] is eigenaar van de ruimte waar [eiser 2] zijn bedrijf runt. Tijdens VvE-vergaderingen in 2024 kwamen misverstanden over de eigendomsrechten naar voren, maar de VvE nam geen maatregelen tegen de wateroverlast.
Procedurele bezwaren van de rechter
De rechter beoordeelde of er spoedeisend belang was en of de vorderingen kans van slagen hadden in een bodemprocedure. Hoewel er een spoedeisend belang was, vond de rechter dat de gekozen procedure niet geschikt was. [eiser 1] had eerst via de VvE-besluitvorming moeten proberen de gewenste maatregelen af te dwingen, bijvoorbeeld door het onderwerp op de agenda van een vergadering te zetten.
Rechterlijke overwegingen over schadevergoeding
De rechtbank oordeelde dat [eiser 1] de gezamenlijke eigenaars had moeten aanspreken bij gebreken in de gemeenschappelijke delen, niet de VvE zelf. Er was bovendien geen bewijs van een structureel gebrek aan de kelderbak. Eerdere overlast werd veroorzaakt door een niet-functionerende grondwaterpomp, niet door een structureel probleem.
Geen onrechtmatige daad jegens [eiser 2]
Voor [eiser 2], als huurder, was er geen juridische grond om de VvE direct aan te spreken. De rechtbank vond dat de VvE geen onrechtmatige daad had gepleegd jegens [eiser 2], waardoor er geen aanspraak was op schadevergoeding of herstel. [eiser 2] zou zijn verhuurder [eiser 1] moeten aanspreken over de gebreken.
Uitspraak en proceskosten
De voorzieningenrechter wees de vorderingen van beide eisers af en veroordeelde hen tot het betalen van de proceskosten van de VvE, begroot op € 4.280,00. De kostenveroordeling werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat deze onmiddellijk ten uitvoer kan worden gelegd.
Vergelijkbare uitspraken
Bron
ECLI: ECLI:NL:RBOVE:2025:4601
Lees de originele uitspraak op Rechtspraak.nl
Deze samenvatting is met zorg samengesteld op basis van de oorspronkelijke uitspraak. Wilt u deze uitspraak gebruiken ter onderbouwing van een standpunt, procedure of besluit, raadpleeg dan altijd de volledige originele uitspraak.




