In een zaak voor de rechtbank Zeeland-West-Brabant stond een appartementseigenaar, aangeduid als [verzoeker], tegenover de Vereniging van Eigenaren (VvE) van zijn appartementencomplex. [Verzoeker] vroeg om vernietiging van meerdere VvE-besluiten en had andere verzoeken met betrekking tot beheer en onderhoud van het gebouw. De rechter wees al deze verzoeken af vanwege procedurefouten van [verzoeker] en veroordeelde hem tot het betalen van de proceskosten van de VvE.
Verzoeker maakte procedurefouten
[Verzoeker] diende zijn verzoeken tot vernietiging van de VvE-besluiten te laat in. De wettelijke termijn hiervoor is één maand na de besluitdatum, zoals bepaald in artikel 5:130 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek. Hierdoor verklaarde de rechter hem niet-ontvankelijk in zijn verzoeken tot vernietiging van de besluiten van 19 oktober 2024 en 16 mei 2025.
Onjuiste indiening en onderbouwing van verzoeken
Naast te late indiening van verzoeken, volgde [verzoeker] niet de juiste juridische weg en ontbrak het aan voldoende onderbouwing van zijn verzoeken. De rechter benadrukte dat binnen een VvE besluiten democratisch worden genomen en dat [verzoeker] zijn bezwaren eerst aan de vergadering van eigenaren had moeten voorleggen. Vervolgens had hij bij onenigheid binnen de gestelde termijn vernietiging bij de kantonrechter kunnen verzoeken.
Vertraging in onderhoudswerkzaamheden
De rechter stelde vast dat de VvE al bezig was met het plannen van onderhoudswerkzaamheden volgens adviezen van een bouwkundige. De gerechtelijke procedure veroorzaakte vertraging in de uitvoering van dit onderhoud, wat zorgwekkend was gezien de staat van het gebouw.
Proceskosten en aanbeveling voor samenwerking
[Verzoeker] werd veroordeeld tot het betalen van de proceskosten van de VvE, begroot op € 677,00, inclusief nakosten. De rechter verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad, wat betekent dat de proceskosten direct opeisbaar zijn. De rechter adviseerde [verzoeker] en de VvE om onder begeleiding van een mediator tot een constructieve samenwerking te komen, gezien het gezamenlijke belang bij het noodzakelijke onderhoud van het gebouw.
Vergelijkbare uitspraken
Bron
ECLI: ECLI:NL:RBZWB:2025:9665
Lees de originele uitspraak op Rechtspraak.nl
Deze samenvatting is met zorg samengesteld op basis van de oorspronkelijke uitspraak. Wilt u deze uitspraak gebruiken ter onderbouwing van een standpunt, procedure of besluit, raadpleeg dan altijd de volledige originele uitspraak.



