De Vereniging van Eigenaren (VvE) van Coral Estate op Curaçao stond tegenover Residenz Coral Estate, een Duitse personenvennootschap, in een rechtszaak over bouwboetes ter waarde van USD 50.000. Deze boetes waren opgelegd omdat Residenz niet op tijd klaar zou zijn geweest met de bouw van een woning binnen het resort. Na een eerdere uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, waarbij Residenz al was veroordeeld tot betaling van de boetes, ging de vennootschap in hoger beroep. Het Hof heeft nu beslist dat de uitspraak van het Gerecht in stand blijft en dat Residenz de boetes alsnog moet betalen.
Overschrijding van de bouwtermijn
De bouwvergunning voor de woning van Residenz werd op 6 december 2017 verleend en de bouw startte in mei 2018. De VvE had bepaald dat de woning eind maart 2020 voltooid moest zijn. Residenz vroeg om een verlenging en stelde dat de buitenkant van het gebouw tegen 30 juni 2020 gereed zou zijn. Hoewel de VvE deze verlenging accepteerde, bleef de bouw onvoltooid, wat leidde tot de opgelegde boetes. Ondanks waarschuwingen en een tweede bouwvergunning in 2023, werd de bouwtermijn niet gehaald.
Argumenten van Residenz afgewezen
Residenz stelde in de procedure dat de Algemene Bepalingen, waaronder de bouwverplichtingen vielen, niet rechtsgeldig waren en dat de VvE geen rekening had gehouden met vertragingen door de Coronapandemie en ziekte van een vennoot. Ook beweerde Residenz dat er afspraken waren gemaakt over het vervallen van boetes bij voortgang van de bouw en overdracht van aandeelhouderschap. Het Gerecht wees deze argumenten af en oordeelde dat de boetes terecht waren opgelegd.
Bevestiging door het Hof
In hoger beroep betoogde Residenz dat het Gerecht ten onrechte de eerste bouwvergunning als startpunt voor de bouwtermijn had gebruikt en dat de bouw wel voltooid was. Het Hof bevestigde echter dat de eerste bouwvergunning bepalend was en dat de bouwwerkzaamheden uiterlijk op 6 december 2019 voltooid hadden moeten zijn. Er was geen bewijs dat de VvE akkoord was gegaan met een uitstel van de bouwtermijn.
Geen matiging van boetes
Het Hof verwierp ook het beroep van Residenz op matiging van de boetes. Deze waren bedoeld om de snelle bebouwing van percelen te waarborgen en het planconcept van het resort te beschermen. Ondanks de coulante houding van de VvE, die meerdere keren uitstel verleende, vond het Hof de boetes niet buitensporig. Het Hof bekrachtigde het vonnis van het Gerecht en veroordeelde Residenz tot betaling van de proceskosten in hoger beroep.
Vergelijkbare uitspraken
Bron
ECLI: ECLI:NL:OGHACMB:2026:36
Lees de originele uitspraak op Rechtspraak.nl
Deze samenvatting is met zorg samengesteld op basis van de oorspronkelijke uitspraak. Wilt u deze uitspraak gebruiken ter onderbouwing van een standpunt, procedure of besluit, raadpleeg dan altijd de volledige originele uitspraak.




