In een conflict binnen een Vereniging van Eigenaren (VvE) stond de goedkeuring van de VvE-begroting voor 2023 centraal. Een lid van de VvE, aangeduid als [appellante], was het niet eens met deze goedkeuring en verzocht om nietig- of vernietigverklaring van het besluit. Zowel de kantonrechter als het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden wezen dit verzoek echter af. Het hof bekrachtigde daarmee de eerdere beschikking van de kantonrechter.
Bezwaar tegen goedkeuring VvE-begroting 2023
[appellante] diende een hoger beroep in tegen de beslissing van de kantonrechter. Haar bezwaren hadden betrekking op meerdere besluiten van de VvE, waaronder de goedkeuring van de begroting voor 2023. Zij voerde aan dat de begroting niet voldeed aan de wettelijke eisen voor onderhoudsreservering volgens het Burgerlijk Wetboek en het Modelreglement van 1973 (MR 1973).
Argumenten over onderhoudsreservering
[appellante] betoogde dat de VvE niet voldoende had gereserveerd voor onderhouds- en herstelwerkzaamheden. Dit zou in strijd zijn met de wettelijke bepalingen. Het hof oordeelde echter dat de VvE niet verplicht was om 100% van de kosten te reserveren, zoals [appellante] beweerde. Het meerjarenonderhoudsplan (MJOP) uit 2019 was nog geldig, en op basis daarvan was de reservering op orde.
Nieuw aangevoerde stellingen
Tijdens de mondelinge behandeling bij het hof bracht [appellante] nieuwe stellingen naar voren over gas- en stookkosten. Het hof besloot deze niet mee te nemen in de beoordeling. Dit omdat deze stellingen in strijd waren met de twee-conclusieregel, wat inhoudt dat nieuwe argumenten in een later stadium van de procedure niet zonder meer kunnen worden ingebracht.
Uiteindelijk oordeel van het hof
Het hof concludeerde dat de goedkeuring van de begroting voor 2023 voldeed aan de wettelijke eisen en niet in strijd was met de wet, statuten of de splitsingsakte. Daarom werd het verzoek van [appellante] afgewezen. Het hof bekrachtigde de beschikking van de kantonrechter en veroordeelde [appellante] tot betaling van de proceskosten, bestaande uit € 798,- aan griffierecht en € 2.428,- voor de advocaatkosten van de VvE.
Vergelijkbare uitspraken
Bron
ECLI: ECLI:NL:GHARL:2025:1216
Lees de originele uitspraak op Rechtspraak.nl
Deze samenvatting is met zorg samengesteld op basis van de oorspronkelijke uitspraak. Wilt u deze uitspraak gebruiken ter onderbouwing van een standpunt, procedure of besluit, raadpleeg dan altijd de volledige originele uitspraak.




