In een geschil tussen een lid van een Vereniging van Eigenaars (VvE) en de VvE zelf, heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden besloten dat het VvE-lid het hoger beroep heeft verloren. Het lid, hierna [verzoekster], vroeg om nietigverklaring of vernietiging van besluiten van de Algemene Ledenvergadering (ALV), onder andere over stookkosten en geluidsoverlast. Het hof heeft haar verzoeken afgewezen en de eerdere beschikking van de kantonrechter bekrachtigd.
Besluiten van de ALV
[Verzoekster] is sinds 2015 lid van de VvE en was het niet eens met meerdere besluiten die tijdens de ALV van 11 juli 2024 zijn genomen. Deze besluiten betroffen onder andere de goedkeuring van de jaarrekeningen 2022 en 2023, de begroting voor 2024, en het onderhoud aan lattenplafonds op balkons. In eerste aanleg had de kantonrechter enkele besluiten vernietigd, maar [verzoekster] beperkte haar geschil in hoger beroep tot specifieke aspecten.
Bezwaren tegen stookkosten en geluidsoverlast
Tijdens het hoger beroep heeft [verzoekster] vijf grieven naar voren gebracht. Ze voerde aan dat de kostenverdeling voor de stookkosten niet in lijn was met het splitsingsreglement, omdat deze een vaste component van 35% bevat, die volgens haar niet redelijk is. Daarnaast maakte [verzoekster] bezwaar tegen het besluit van de VvE om niets te doen aan de geluidsoverlast in haar appartement, ondanks dat zij bewijsstukken had aangevoerd waaruit bleek dat het geluid boven de toegestane norm ligt.
Oordeel van het hof over stookkosten
Het hof oordeelde dat de VvE de kostenverdeling voor de stookkosten mocht hanteren zoals deze is vastgesteld, conform de Warmtewet. De wet biedt VvE’s de mogelijkheid om kostenverdelingen te maken die bestaan uit gebruiksonafhankelijke (vaste) en gebruiksafhankelijke (variabele) kosten. Het percentage van 35% voor vaste kosten werd door het hof als logisch en redelijk binnen de wettelijke kaders beschouwd.
Geluidsoverlast en medewerking
Met betrekking tot de geluidsoverlast oordeelde het hof dat de VvE wel pogingen had ondernomen om het probleem te onderzoeken. Echter, [verzoekster] en haar echtgenoot werkten niet mee aan verder onderzoek, wat volgens het hof het besluit rechtvaardigde om geen verdere actie te ondernemen.
Lattenplafonds en gemeenschappelijke delen
Wat betreft de lattenplafonds op de balkons, stelde het hof vast dat deze als onderdeel van de balkonconstructies gemeenschappelijk zijn. Dit gold eveneens voor de windschermen, die ook als gemeenschappelijk werden beschouwd, ondanks dat ze mogelijk door individuele eigenaars waren geplaatst.
Het hof heeft de beschikking van de kantonrechter bekrachtigd, [verzoekster] veroordeeld tot betaling van de proceskosten in hoger beroep en besloten dat de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad zijn, wat betekent dat deze onmiddellijk ten uitvoer kunnen worden gelegd, zelfs als er nog beroep bij de Hoge Raad volgt.
Vergelijkbare uitspraken
Bron
ECLI: ECLI:NL:GHARL:2026:1066
Lees de originele uitspraak op Rechtspraak.nl
Deze samenvatting is met zorg samengesteld op basis van de oorspronkelijke uitspraak. Wilt u deze uitspraak gebruiken ter onderbouwing van een standpunt, procedure of besluit, raadpleeg dan altijd de volledige originele uitspraak.




