In een zaak tussen de gemeente Helmond en een Vereniging van Eigenaars (VvE) draaide het om het eigendom van twee grondstukken. De gemeente Helmond claimde eigendom of een recht van opstal op deze grondstukken door middel van bevrijdende verjaring. De gemeente stelde daarnaast dat de grondstukken openbare wegen waren volgens de Wegenwet. De VvE en de individuele appartementseigenaren betwistten deze claims. Het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch oordeelde dat de gemeente geen eigendom of opstalrecht had verkregen door verjaring en dat de grondstukken geen openbare wegen waren.
Verloop van het geschil
De zaak begon met een hoger beroep dat de gemeente Helmond aanspande tegen een eerdere uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant. Deze rechtbank had de vorderingen van de gemeente afgewezen. In hoger beroep voerde de gemeente verschillende argumenten aan, waaronder dat zij door verjaring eigenaar was geworden van de grondstukken. Deze grondstukken liggen rondom een appartementsgebouw en zijn eigendom van de VvE. De gemeente wilde dat het hof verklaarde dat de percelen hun eigendom waren geworden door verjaring, dat het openbare wegen waren, of dat zij een recht van opstal had verkregen.
Feiten rond de grondstukken
De grondstukken zijn geregistreerd bij het Kadaster als eigendom van de VvE. Het betreft twee stroken grond: een smalle, lange strook die door de gemeente is bestraat, en een westelijke strook met een boom en bankjes, eveneens door de gemeente geplaatst. Sinds 1978 heeft de gemeente deze gronden als openbare ruimte ingericht en onderhouden.
Beoordeling door het gerechtshof
Het gerechtshof oordeelde dat de gemeente Helmond niet door verjaring eigenaar was geworden van de grondstukken. Evenmin had de gemeente een recht van opstal verkregen. De activiteiten van de gemeente, zoals het plaatsen van bestrating en een boom, werden niet gezien als inbezitneming. Deze activiteiten werden beschouwd als publiek gebruik van particuliere grond, wat niet leidt tot eigendomsverlies door de oorspronkelijke eigenaar.
Openbaarheid van de wegen
Het hof verwierp ook de stelling dat de grondstukken openbare wegen waren in de zin van de Wegenwet. De grondstukken voldeden niet aan de criteria van wegen die dienen voor het afwikkelen van openbaar verkeer. Grondstuk 1 was smal en doodlopend, terwijl Grondstuk 2 vooral werd gebruikt voor bestemmingsverkeer, zoals toegang tot de appartementen en de aangrenzende Subway.
Uitspraak en gevolgen
Als gevolg van deze bevindingen bekrachtigde het hof het vonnis van de rechtbank, waarbij de vorderingen van de gemeente werden afgewezen. De gemeente werd veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep, vastgesteld op €3.820,- inclusief eventuele wettelijke rente en bijkomende kosten bij te late betaling. Het arrest werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat de uitspraak direct ten uitvoer kan worden gelegd, ongeacht eventueel verder beroep. De eigendom van de grondstukken blijft bij de VvE, en de gemeente kan geen rechten op verjaring of openbaarheid claimen.
Vergelijkbare uitspraken
Bron
ECLI: ECLI:NL:GHSHE:2025:1478
Lees de originele uitspraak op Rechtspraak.nl
Deze samenvatting is met zorg samengesteld op basis van de oorspronkelijke uitspraak. Wilt u deze uitspraak gebruiken ter onderbouwing van een standpunt, procedure of besluit, raadpleeg dan altijd de volledige originele uitspraak.




