In een hoger beroep bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch stonden kopers en verkopers van een appartement tegenover elkaar. Het conflict draaide om de schending van de mededelingsplicht door de verkopers. Zij hadden de kopers niet geïnformeerd over een belangrijke financiële verplichting die voortkwam uit een besluit van de Vereniging van Eigenaren (VvE) over de lift van het appartementencomplex. Het gerechtshof oordeelde dat de verkopers hun verplichtingen hadden geschonden en veroordeelde hen tot het betalen van schadevergoeding aan de kopers.
Achtergrond van het geschil
In 2017 kochten de kopers een appartement van de verkopers. In de koopovereenkomst garandeerden de verkopers dat er geen VvE-besluiten waren die tot een aanzienlijke financiële verplichting voor de eigenaren zouden leiden. Echter, in 2007 had de VvE besloten geen reserveringen te maken voor de vervanging van de liftinstallatie. Deze kosten zouden later bij de eigenaren in rekening worden gebracht. De verkopers hadden verzuimd om de kopers hierover te informeren, ondanks dat ze hiervan op de hoogte waren.
De verborgen VvE-besluit
Het VvE-besluit uit 2007 werd expliciet genoemd in een verslag van een VvE-vergadering in 2011, opgesteld door een van de verkopers. Dit verslag adviseerde toekomstige kopers te informeren over de niet-gereserveerde kosten. Toch ontvingen de kopers deze informatie niet. In 2022 kregen zij een rekening voor de modernisering en revisie van de liftinstallatie, waarvan een groot deel betrekking had op de niet-gereserveerde kosten. Deze onverwachte kostenpost leidde tot juridische stappen door de kopers.
Het oordeel van het gerechtshof
Het gerechtshof oordeelde dat de verkopers de kopers hadden moeten informeren over het VvE-besluit. Het nalaten hiervan was een schending van de mededelingsplicht zoals vastgelegd in de koopovereenkomst. Het hof stelde vast dat de verkopers tekort waren geschoten in hun contractuele verplichtingen. Hierdoor waren zij verplicht de schade van de kopers te vergoeden.
Schadevergoeding en proceskosten
Het gerechtshof achtte de gevorderde schadevergoeding van € 4.766,- toewijsbaar, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 6 april 2022. Daarnaast werden de proceskosten in zowel de eerste aanleg als het hoger beroep aan de kopers toegewezen. De verkopers voerden nog aan dat de kosten vooral betrekking hadden op modernisering, maar het hof verwierp dit argument en benadrukte dat de VvE de kosten correct had verdeeld.
Uitvoerbaar bij voorraad
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank in eerste aanleg en verklaarde de veroordeling van de verkopers uitvoerbaar bij voorraad. Dit betekent dat de verkopers de schadevergoeding en proceskosten direct moeten betalen, zelfs als er nog hoger beroep zou worden aangetekend.
Vergelijkbare uitspraken
Bron
ECLI: ECLI:NL:GHSHE:2025:651
Lees de originele uitspraak op Rechtspraak.nl
Deze samenvatting is met zorg samengesteld op basis van de oorspronkelijke uitspraak. Wilt u deze uitspraak gebruiken ter onderbouwing van een standpunt, procedure of besluit, raadpleeg dan altijd de volledige originele uitspraak.




