In deze zaak bij de rechtbank Amsterdam stond een conflict centraal tussen appartementseigenaren en hun Vereniging van Eigenaars (VvE). Het geschil betrof de vraag of een aanbouw tot de gemeenschappelijke delen van het gebouw behoort. De eigenaren, hierna verzoekers genoemd, vroegen de rechtbank om besluiten van de VvE te vernietigen. Zij vonden dat de reparatiekosten voor de dakbedekking van de aanbouw onterecht door de VvE waren gedragen. De rechtbank oordeelde echter dat de aanbouw wel degelijk deel uitmaakt van de gemeenschappelijke delen.
Geschil over aanbouw en reparatiekosten
De verzoekers, eigenaren van een appartement, dienden een verzoekschrift in om besluiten van de VvE-vergadering van oktober 2024 te vernietigen. Deze besluiten gingen over het bekostigen van reparaties aan de dakbedekking van een aanbouw. Volgens de verzoekers behoort deze aanbouw niet tot de gemeenschappelijke delen van het gebouw, waardoor de kosten van de reparaties door de eigenaren van de aanbouw gedragen moesten worden.
Splitsingsakte en eigendomsverhoudingen
Het gebouw is gesplitst volgens een notariële splitsingsakte uit 1994, waarin de eigendomsverhoudingen en gemeenschappelijke delen zijn vastgelegd. De VvE is opgericht voor het beheer van deze gemeenschappelijke delen. In juli 2024 werden reparaties uitgevoerd aan de dakbedekking van de aanbouw. De kosten werden destijds deels door de VvE gedragen, zonder dat hier een voorafgaand besluit van de VvE-vergadering aan ten grondslag lag.
Besluitvorming in de VvE-vergadering
Tijdens de VvE-vergadering van oktober 2024 stemde de VvE achteraf in met de gemaakte kosten voor de reparaties. De verzoekers betoogden dat deze goedkeuring onterecht was, omdat de aanbouw geen onderdeel van de gemeenschappelijke delen zou zijn. Daarnaast vonden zij dat de VvE onterecht besloot tot een bouwkundig onderzoek voor een meerjarenonderhoudsplan.
Rechtsgrondslag en oordeel van de rechtbank
De rechtbank oordeelde dat de aanbouw tot de gemeenschappelijke delen van het gebouw behoort. Dit oordeel was gebaseerd op de splitsingsakte en de feitelijke situatie. Ondanks dat de wijzigingsakte een tekening bevatte die discussie opriep, vond de rechtbank dat de feitelijke omstandigheden en de bedoeling van de splitsing zwaarder wogen. De aanbouw was duurzaam met de grond verenigd en maakte daardoor onderdeel uit van het gebouw.
Wat betreft de reparatiekosten, vond de rechtbank dat de VvE redelijk had kunnen besluiten deze te vergoeden, gezien de spoedeisendheid door hevige regenval. Het besluit om een bouwkundig onderzoek te doen, was nog niet definitief genomen en had geen directe rechtsgevolgen binnen de VvE. Daarom was dit besluit niet vatbaar voor vernietiging.
De rechtbank wees de verzoeken van de verzoekers af en veroordeelde hen in de proceskosten van de VvE, begroot op € 609,50. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat de verzoekers deze kosten moeten betalen.
Vergelijkbare uitspraken
Bron
ECLI: ECLI:NL:RBAMS:2025:2417
Lees de originele uitspraak op Rechtspraak.nl
Deze samenvatting is met zorg samengesteld op basis van de oorspronkelijke uitspraak. Wilt u deze uitspraak gebruiken ter onderbouwing van een standpunt, procedure of besluit, raadpleeg dan altijd de volledige originele uitspraak.




