In deze zaak draaide het om de vraag of de rookgasafvoerkanalen van individuele cv-ketels in appartementen tot de gemeenschappelijke zaken van een Vereniging van Eigenaars (VvE) behoren. De rechtbank Amsterdam moest beslissen of het besluit van de Onder-VvE om deze kanalen als gemeenschappelijk aan te merken geldig was. De kantonrechter oordeelde dat deze rookgasafvoerkanalen als privézaken moeten worden beschouwd en verklaarde het besluit van de Onder-VvE nietig.
Verzoek om vernietiging van VvE-besluiten
Op 25 april 2025 dienden de verzoekers een verzoekschrift in om enkele besluiten van de vergadering van de onder-VvE van 27 maart 2025 te vernietigen of nietig te verklaren. Zij waren van mening dat sommige besluiten in strijd waren met de akte van splitsing. De verzoekers, eigenaren van appartementsrechten binnen de onder-VvE, voerden aan dat de rookgasafvoerkanalen privézaken waren, omdat ze uitsluitend ten dienste van hun eigen privégedeelten stonden.
Interpretatie van de splitsingsakte
Het geschil draaide om de vraag of de rookgasafvoerkanalen gemeenschappelijk of privé waren. De akte van splitsing en het bijbehorende reglement MR 1992 waren hierbij leidend. Volgens artikel 9 lid 1 van het reglement worden technische installaties die uitsluitend voor één privégedeelte zijn, niet als gemeenschappelijke zaken beschouwd. De verzoekers stelden dat de rookgasafvoerkanalen daarom privé waren.
Besluitvorming door de Onder-VvE
Tijdens de ledenvergadering van 27 maart 2025 besloot de onder-VvE om de rookgasafvoerkanalen als gemeenschappelijk te beschouwen en om vervangingen te starten, gebaseerd op een inspectierapport dat aangaf dat de systemen niet meer aan de norm voldeden. Dit besluit en de daaropvolgende besluiten, zoals de reservering van gelden voor vervanging, werden aangevochten door de verzoekers.
Oordeel van de rechtbank
De kantonrechter oordeelde dat de rookgasafvoerkanalen die uitsluitend voor één privégedeelte zijn, niet als gemeenschappelijk kunnen worden beschouwd. Het besluit van de vergadering werd in strijd met de akte bevonden en daarom nietig verklaard. Ook de andere besluiten die op het nietige besluit waren gebaseerd werden nietig verklaard. De rechter benadrukte dat efficiëntie niet leidend kan zijn boven de bepalingen in de akte van splitsing.
Conclusie en gevolgen
De verzoekers kregen gelijk en de Onder-VvE werd veroordeeld in de proceskosten. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat deze direct uitgevoerd mag worden, zelfs als er hoger beroep wordt aangetekend. Het verzoek om terugbetaling van onverschuldigd betaalde bijdragen werd afgewezen, omdat dit een aparte procedure vereist.
Vergelijkbare uitspraken
Bron
ECLI: ECLI:NL:RBAMS:2025:7398
Lees de originele uitspraak op Rechtspraak.nl
Deze samenvatting is met zorg samengesteld op basis van de oorspronkelijke uitspraak. Wilt u deze uitspraak gebruiken ter onderbouwing van een standpunt, procedure of besluit, raadpleeg dan altijd de volledige originele uitspraak.




