In een kort geding bij de Rechtbank Amsterdam heeft de Vereniging van Eigenaars (VvE) een zaak gewonnen tegen Stichting Nederlandse Winkels III, de verhuurder, en Noah’s Arq B.V., de huurder. De VvE had hen aangeklaagd omdat de huurder zonder toestemming werkzaamheden had uitgevoerd aan de gemeenschappelijke delen van een pand. De rechtbank verbood verdere werkzaamheden en het gebruik van geïnstalleerde apparatuur totdat een andere rechter daarover beslist. De VvE’s verzoek om eerdere werkzaamheden terug te draaien werd afgewezen. De huurder moet een dwangsom betalen bij overtreding van het verbod.
Werkzaamheden aan gemeenschappelijke delen zonder toestemming
De VvE, die verantwoordelijk is voor het beheer en onderhoud van een pand in Amsterdam, spande een kort geding aan nadat de huurder zonder toestemming werkzaamheden uitvoerde aan de gemeenschappelijke delen van het gebouw. Deze werkzaamheden waren bedoeld om een wellnesscentrum te realiseren. De VvE had geen toestemming verleend vanwege zorgen over mogelijke geluidsoverlast, geurhinder, en de impact op het woongenot van andere bewoners. De huurder had eerder plannen voor een glow in the dark-golfbaan met horeca, waarvoor geen vergunning werd verleend, en had zijn plannen gewijzigd naar een wellnesscentrum, waarvoor de vergunning nog in behandeling was.
Rapport van extern adviesbureau
De VvE had PVM Eindhoven B.V., een extern adviesbureau, ingehuurd om de risico’s van de geplande veranderingen te beoordelen. Hun rapport concludeerde dat de technische installaties van het wellnesscentrum voldeden aan de geldende normen voor geluid en geur en dat er geen negatieve impact was op de bouwkundige structuur of brandveiligheid. Ondanks dit positieve rapport weigerde de VvE toestemming te geven voor de werkzaamheden, omdat zij onvoldoende zekerheid hadden over de mogelijke overlast.
Verweer van verhuurder en huurder
Tijdens de zitting voerde de stichting aan dat zij buiten de discussie stond, omdat zij de huurder herhaaldelijk had gewezen op de noodzaak van toestemming van de VvE. De huurder verdedigde zich door te stellen dat de VvE haar toestemming onredelijk had onthouden en dat de door hen genomen maatregelen, zoals extra geluidsisolatie, voldoende waren om de zorgen van de VvE weg te nemen.
Uitspraak van de rechtbank
De voorzieningenrechter oordeelde dat de VvE ontvankelijk was in haar vorderingen en dat er sprake was van spoed, gezien de voortzetting van de werkzaamheden door de huurder zonder de vereiste toestemming. De rechtbank verbood zowel de stichting als de huurder verdere werkzaamheden uit te voeren aan de gemeenschappelijke gedeelten van het pand en het gebruik van de geïnstalleerde apparatuur totdat een andere rechter daar anders over beslist.
De rechtbank wees echter de vorderingen van de VvE af die gericht waren op het ongedaan maken van de reeds verrichte werkzaamheden. De rechter vond dat het niet gepast was om daar nu op vooruit te lopen, vooral gezien het voornemen van de stichting en de huurder om vervangende toestemming te vragen via de kantonrechter.
Daarnaast werd bepaald dat de huurder een dwangsom van €5.000 per dag zou moeten betalen bij overtreding van de verboden, tot een maximum van €200.000. De stichting en de huurder werden ook veroordeeld in de proceskosten van de VvE, die werden begroot op €2.295,08.
Vergelijkbare uitspraken
Bron
ECLI: ECLI:NL:RBAMS:2025:8625
Lees de originele uitspraak op Rechtspraak.nl
Deze samenvatting is met zorg samengesteld op basis van de oorspronkelijke uitspraak. Wilt u deze uitspraak gebruiken ter onderbouwing van een standpunt, procedure of besluit, raadpleeg dan altijd de volledige originele uitspraak.




