In deze zaak stond een conflict centraal tussen enkele appartementseigenaren en hun Vereniging van Eigenaars (VvE) over het herstel van de kelder van hun appartementencomplex. De eigenaren, aangeduid als verzoekers, vroegen de rechtbank om een vervangende machtiging zodat zij werkzaamheden konden laten uitvoeren door Welwillend B.V. Dit bedrijf had een uitgebreide offerte uitgebracht om vochtproblemen aan te pakken, inclusief mogelijk funderingsherstel. De andere eigenaren, aangeduid als verweerders, waren het hier niet mee eens en stelden dat er goedkopere alternatieven waren. De rechtbank wees het verzoek af omdat de toestemming voor de werkzaamheden niet zonder redelijke grond was geweigerd.
Aanleiding van het geschil
Het conflict begon toen verzoekers een verzoekschrift indienden op 13 augustus 2025, waarin zij vroegen om vervangende machtiging voor herstelwerkzaamheden aan de kelder. Dit verzoek kwam voort uit een patstelling binnen de VvE over de uitvoering van de werkzaamheden. Verzoekers hadden al last gehad van lekkages en verschillende offertes laten maken. Zij zagen de offerte van Welwillend B.V. als de meest complete oplossing, omdat deze alle problemen zou aanpakken.
Standpunten van partijen
De VvE, vertegenwoordigd door de verweerster, was niet aanwezig tijdens de procedure, maar de verweerders voerden wel verweer. Zij stelden dat de kelder niet tot de gemeenschappelijke delen behoorde en dat de kosten dus niet door de VvE mochten worden gedragen. Ook wezen ze op goedkopere oplossingen voor de vochtproblemen, zoals het injecteren van de muren, wat door andere deskundigen was geadviseerd.
Besluitvorming binnen de VvE
Tijdens een vergadering op 26 maart 2025 was wel een voorkeur uitgesproken voor de offerte van Welwillend, maar geen definitief besluit genomen. Ook op 3 juli 2025 werd geen besluit genomen door fundamentele meningsverschillen. De kantonrechter moest beoordelen of de kelder tot de gemeenschappelijke delen behoorde. Uit het splitsingsreglement bleek dat de kelder onderdeel was van de gemeenschappelijke delen, dus de VvE was verantwoordelijk voor onderhoud.
Oordeel van de rechtbank
De kantonrechter oordeelde dat er geen rechtsgeldig besluit was genomen om de opdracht aan Welwillend te verstrekken. De weigering van de VvE om toestemming te verlenen, was niet zonder redelijke grond. Er waren goedkopere oplossingen beschikbaar die ook door deskundigen waren aanbevolen. Het injecteren van muren en het afgraven van een deel van de tuin werden als voldoende beschouwd voor het oplossen van de vochtproblemen en waren goedkoper dan de uitgebreide aanpak van Welwillend.
Conclusie en proceskosten
De rechtbank concludeerde dat de VvE de toestemming niet zonder redelijke grond had geweigerd, en wees het verzoek van de verzoekers af. Bovendien werden de verzoekers veroordeeld in de proceskosten, die aan de zijde van de verweerders werden begroot op € 677,00.
Vergelijkbare uitspraken
Bron
ECLI: ECLI:NL:RBDHA:2025:24193
Lees de originele uitspraak op Rechtspraak.nl
Deze samenvatting is met zorg samengesteld op basis van de oorspronkelijke uitspraak. Wilt u deze uitspraak gebruiken ter onderbouwing van een standpunt, procedure of besluit, raadpleeg dan altijd de volledige originele uitspraak.




