In deze zaak stonden twee appartementseigenaren, [verzoeker 1] en [verzoeker 2], tegenover de vereniging van eigenaars (VvE) van hun woongebouw. Zij hadden de rechtbank Amsterdam verzocht een VvE-besluit over gevelonderhoud uit een meerjarenonderhoudsplan (MJOP) te vernietigen. De rechtbank besliste in hun voordeel en vernietigde het besluit omdat het in strijd was met redelijkheid en billijkheid.
Verzoek tot vernietiging van het VvE-besluit
[Verzoeker 1] en [verzoeker 2] waren sinds 2007 eigenaren van een appartementsrecht in het gebouw. In 2023 werd een MJOP opgesteld voor de periode tot 2036. Dit plan voorzag in onderhoud aan de gevels en kozijnen in 2036, ondanks een financieel tekort dat eerder was voorzien. Tijdens een VvE-vergadering op 29 april 2025 werd besloten deze werkzaamheden door te voeren.
De verzoekers wilden het besluit vernietigen omdat een onderzoek uit 2023 door CRM Earth aangaf dat de gevels en kozijnen pas in 2043 onderhoud nodig hadden. Zij vonden de geplande onderhoudskosten onrealistisch en vreesden dat deze hun eigendommen in waarde zouden doen dalen.
Onderzoek naar de staat van de gevels
Tijdens de mondelinge behandeling op 28 oktober 2025 verduidelijkten de verzoekers hun standpunt. Zij stelden dat de geplande werkzaamheden op een te vroeg moment waren vastgesteld en onvoldoende onderbouwd waren. Het eerder afgesproken onderzoek naar de staat van de gevels was nog niet uitgevoerd, wat de noodzaak van de geplande werkzaamheden verder in twijfel trok.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank beoordeelde het verzoek aan de hand van artikel 2:15 lid 1 sub b van het Burgerlijk Wetboek. De kantonrechter moest vaststellen of de VvE de belangen van alle betrokkenen op een redelijke en billijke manier had afgewogen. De rechtbank oordeelde dat de VvE de noodzaak van de werkzaamheden niet voldoende had onderbouwd, mede gezien het CRM Earth-onderzoek.
Daarom concludeerde de rechtbank dat het besluit van de VvE niet op redelijke wijze tot stand was gekomen en vernietigde het besluit. Er was een nieuwe VvE-vergadering nodig voor verdere besluitvorming over het onderhoud.
Veroordeling in proceskosten
De rechtbank veroordeelde de VvE in de proceskosten omdat zij ongelijk had gekregen. De kosten werden begroot op €157,50, inclusief griffierecht en nakosten. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard, waardoor deze direct in werking trad, ongeacht mogelijk hoger beroep.
Vergelijkbare uitspraken
Bron
ECLI: ECLI:NL:RBAMS:2025:9075
Lees de originele uitspraak op Rechtspraak.nl
Deze samenvatting is met zorg samengesteld op basis van de oorspronkelijke uitspraak. Wilt u deze uitspraak gebruiken ter onderbouwing van een standpunt, procedure of besluit, raadpleeg dan altijd de volledige originele uitspraak.




