In een recente zaak oordeelde de rechtbank Amsterdam over een geschil tussen enkele appartementseigenaren en hun VvE. De eigenaren hadden diverse verzoeken ingediend, waaronder de nietigheid van besluiten over het gebruik van de zolder en de verdeling van onderhoudskosten. De rechter wees al deze verzoeken af, omdat ze niet voldeden aan de juridische vereisten voor nietigheid of vernietiging.
Geschil over gemeenschappelijke zolderruimte
Het conflict ontstond doordat de andere eigenaren van het pand een deel van de gemeenschappelijke zolderruimte exclusief in gebruik namen. De verzoekers, die geen toegang tot deze zolder via het gemeenschappelijke trappenhuis hadden, vonden dit in strijd met de splitsingsakte. Ze probeerden tijdens VvE-vergaderingen in februari en juni 2025 deze besluiten aan te vechten, maar zonder succes.
Besluiten over gevelonderhoud en toegang tot het dak
Een ander punt van discussie was de verdeling van de kosten voor gevelonderhoud. De VvE had besloten deze kosten volgens de breukdelen te verdelen, wat volgens de rechtbank in overeenstemming was met de splitsingsakte. Dat de verzoekers eerder zelf kosten hadden gemaakt voor onderhoud zonder overleg met de andere eigenaren, deed daar niets aan af. Ook hun verzoek om toegang tot het dak middels een sleutel werd afgewezen, aangezien de weigering van de VvE geen besluit in de zin van de wet was.
Rechterlijke beoordeling van de VvE-besluiten
De rechtbank stelde vast dat de besluiten van de VvE tijdens de digitale vergadering van februari 2025 niet rechtsgeldig waren. Hierdoor was er geen belang om deze nog nietig te verklaren. Verder oordeelde de rechtbank dat de weigering om een stemming over het zoldergebruik op de agenda te plaatsen, geen besluit was volgens de wet en dat artikel 5:121 BW niet van toepassing was voor interne VvE-besluitvorming.
Afwijzing van verzoeken en proceskosten
In haar oordeel benadrukte de rechtbank ook dat de begroting van juni 2025 redelijk was. Alle verzoeken van de verzoekers werden afgewezen. Ze werden veroordeeld tot het betalen van de proceskosten, een bedrag van €648 aan de VvE. Deze beslissing werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat de kosten moeten worden betaald ongeacht een eventueel hoger beroep.
Vergelijkbare uitspraken
Bron
ECLI: ECLI:NL:RBAMS:2026:1557
Lees de originele uitspraak op Rechtspraak.nl
Deze samenvatting is met zorg samengesteld op basis van de oorspronkelijke uitspraak. Wilt u deze uitspraak gebruiken ter onderbouwing van een standpunt, procedure of besluit, raadpleeg dan altijd de volledige originele uitspraak.




