In een zaak tussen een Vereniging van Eigenaars (VvE) en de verkopers van een appartementencomplex ging het om een schadevergoeding vanwege een gebrekkig dak. De VvE stelde dat het dak niet voldeed aan de verwachtingen zoals vastgelegd in de koopovereenkomsten. De rechtbank oordeelde dat het dak inderdaad gebreken vertoonde die normaal gebruik van de appartementen belemmerden. Daarom werd aan de VvE een schadevergoeding toegekend.
Schadevergoeding voor gebrekkig dak
De zaak begon toen de VvE, namens meerdere appartementseigenaren, de verkopers dagvaardde. De verkopers hadden het gebouw in 2018 gesplitst in appartementsrechten en herontwikkeld. In 2021 en 2022 werden de appartementen verkocht. De koopovereenkomsten bepaalden dat het gebouw geschikt moest zijn voor normaal gebruik als woonruimte. In februari 2022 beschadigde een storm het dak, wat leidde tot herstelwerkzaamheden door de opstalverzekeraar van de VvE.
Rapport bevestigt gebreken
Op basis van een rapport van BDA Dak- en Geveladvies uit april 2023, dat aanzienlijke gebreken aan het dak bevestigde, sommeerde de VvE de verkopers in februari 2024 om de gebreken te herstellen. De VvE eiste uiteindelijk een schadevergoeding in plaats van nakoming, voor de kosten van het herstel en het opstellen van het BDA-rapport.
Rechter oordeelt over non-conformiteit
De rechtbank moest beslissen of de verkopers hun verplichtingen uit de koopovereenkomsten hadden geschonden. Het dak bleek niet te voldoen aan de eisen voor normaal gebruik, wat non-conformiteit betekende. De gebreken waren niet kenbaar voor de kopers bij de aankoop, waardoor de verkopers aansprakelijk waren voor de herstelkosten. Een aftrek voor ‘nieuw voor oud’ van 75% werd toegepast, gezien de ouderdom van het gebouw.
Toewijzing van kosten
De rechtbank kende de VvE € 23.931,78 aan herstelkosten toe. De kosten van het BDA-rapport van € 4.697,22 werden volledig toegewezen, omdat daartegen geen specifiek verweer was gevoerd. De proceskosten werden gecompenseerd, wat betekende dat elke partij haar eigen kosten droeg, omdat het toegekende bedrag lager was dan het gevorderde bedrag.
Uitvoerbaar bij voorraad
Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat inhield dat de verkopers het bedrag onmiddellijk moesten betalen, ongeacht eventuele verdere juridische stappen. De wettelijke rente over het totale bedrag van € 28.629 werd gerekend vanaf de dag van de dagvaarding.
Vergelijkbare uitspraken
Bron
ECLI: ECLI:NL:RBDHA:2025:13513
Lees de originele uitspraak op Rechtspraak.nl
Deze samenvatting is met zorg samengesteld op basis van de oorspronkelijke uitspraak. Wilt u deze uitspraak gebruiken ter onderbouwing van een standpunt, procedure of besluit, raadpleeg dan altijd de volledige originele uitspraak.




