In deze zaak speelt een conflict tussen een Vereniging van Eigenaars (VvE) en een voormalig bestuurslid, dat tevens eigenaar van een appartement is. De VvE eist dat het bestuurslid de verzekeringsgelden terugbetaalt die hij volgens hen onterecht heeft ontvangen. Het geschil ontstond na een lekkage in een gemeenschappelijke standleiding, wat schade veroorzaakte aan het appartement van het bestuurslid. Als bestuurslid had hij de opstalverzekering van de VvE aangesproken, waarna de uitgekeerde gelden op een bouwdepot op zijn naam werden gestort. De VvE beschuldigt hem van onbehoorlijk bestuur wegens een gebrek aan verantwoording over de besteding van de verzekeringsgelden. Het bestuurslid betwist de vorderingen en stelt dat de VvE niet-ontvankelijk is omdat zij geen geldige procesmachtiging heeft van de vergadering van eigenaars.
Procesverloop en feiten
De rechtbank Den Haag behandelt de zaak. Oorspronkelijk was de procedure ook gericht tegen een ander voormalig bestuurslid, maar die is na een minnelijke regeling doorgehaald. Op 25 februari 2025 vond een mondelinge behandeling plaats. De rechtbank stelde de zaak uit om partijen de kans te geven tot een schikking te komen of nadere stukken in te dienen. De VvE en het bestuurslid dienden vervolgens aanvullende documenten in.
Twistpunt over procesmachtiging
Een cruciaal punt in deze zaak is of de VvE bevoegd was om zonder machtiging van de vergadering van eigenaars een rechtszaak te starten. Volgens het Burgerlijk Wetboek en de statuten van de VvE is zo’n machtiging vereist. De VvE beweert dat er een machtiging is verleend tijdens een vergadering op 21 september 2023, maar dit bleek niet uit de notulen. Er ontbraken ook handtekeningen.
De VvE bood aan bewijs te leveren van de machtiging en diende een schriftelijk stuk in, ondertekend door enkele leden van de VvE. Het bestuurslid betwistte de geldigheid van dit stuk, wijzend op het ontbreken van een datum en de handtekening van een afwezig lid.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank oordeelt dat de bevoegdheid van de VvE om namens de eigenaars in rechte op te treden zorgvuldig moet worden behandeld. Een geldige machtiging van de vergadering is essentieel. Het door de VvE overgelegde stuk roept echter vragen op en de rechtbank kan niet vaststellen dat de vergadering van eigenaars op 21 september 2023 heeft ingestemd met de procedure. Een ander door de VvE overgelegd document, een machtiging voor het treffen van een schikking, is niet relevant voor de vereiste machtiging om de procedure te starten.
Kans op herstel van het gebrek
Omdat er geen geldige procesmachtiging is, biedt de rechtbank de VvE de gelegenheid om dit gebrek te herstellen. De VvE moet bewijs overleggen van het bestaan van een procesmachtiging, bijvoorbeeld door een bekrachtiging van de vergadering. Als de VvE hierin faalt, zal zij niet-ontvankelijk worden verklaard en behandelt de rechtbank de inhoudelijke vorderingen niet. De zaak is verwezen naar de rol van 20 augustus 2025, zodat de VvE de kans krijgt om een machtiging over te leggen. Verdere beslissingen worden aangehouden.
Vergelijkbare uitspraken
Bron
ECLI: ECLI:NL:RBDHA:2025:13488
Lees de originele uitspraak op Rechtspraak.nl
Deze samenvatting is met zorg samengesteld op basis van de oorspronkelijke uitspraak. Wilt u deze uitspraak gebruiken ter onderbouwing van een standpunt, procedure of besluit, raadpleeg dan altijd de volledige originele uitspraak.




