In een recent kort geding heeft de Vereniging van Eigenaren (VvE) van een appartementencomplex in Hellevoetsluis een rechtszaak aangespannen tegen twee appartementseigenaren. De VvE wilde dat deze eigenaren zouden meewerken aan verduurzamingsmaatregelen, zoals het vervangen van kozijnen en het aanbrengen van isolatie op balkons en in kruipruimtes. Door hun medewerking te weigeren, dreigden de werkzaamheden vertraagd te worden. De voorzieningenrechter heeft uiteindelijk de VvE in het gelijk gesteld en de eigenaren veroordeeld tot medewerking, onder dreiging van een dwangsom.
Verduurzamingsmaatregelen en medewerkingseis
De twaalf woningen in Hellevoetsluis zijn sinds 1997 gesplitst in appartementsrechten, waarbij de VvE werd opgericht. De eigenaren zijn gebonden aan het modelreglement dat voorschrijft dat leden medewerking moeten verlenen aan onderhouds- en verduurzamingsmaatregelen die noodzakelijk zijn voor gemeenschappelijke delen. Tijdens een vergadering op 24 juli 2024 besloot de VvE om verduurzamingsmaatregelen uit te voeren. De eigenaren kregen een verzoek om hun balkon en kruipruimte vrij te maken, wat zij weigerden.
Spoedeisendheid van de vordering
De rechter beoordeelde de vordering van de VvE als spoedeisend vanwege de ecologische deadline van de gemeente, die de voltooiing van de werkzaamheden vóór 31 oktober 2025 vereiste. Uitstel zou leiden tot financiële en administratieve problemen, zoals hogere kosten en mogelijk verlies van financiering.
Besluitvorming en argumenten van de gedaagden
De gedaagden betwistten de geldigheid van het VvE-besluit door te stellen dat de oproeping voor de vergadering onregelmatig was. De rechter achtte de oproeping echter niet strijdig met de regels en vond het besluit rechtsgeldig. De gedaagden claimden dat de kruipruimte en vlonders privé-eigendom waren, maar volgens het reglement moesten zij toegang verlenen voor de werkzaamheden. Hun zorgen over het isolatiemateriaal werden door de rechter als niet relevant bevonden.
Uitspraak van de rechter
De rechter kende de vorderingen van de VvE toe en stelde een dwangsom van € 1.000 per dag in, met een maximum van € 5.000, voor het geval de eigenaren niet meewerkten. Ook werden de proceskosten van € 1.760,47 toegewezen aan de VvE. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad, wat betekent dat het onmiddellijk kan worden uitgevoerd, zelfs als er hoger beroep wordt aangetekend. De verplichting voor de gedaagden om hun woning tijdens de werkzaamheden te ontruimen werd afgewezen.
Vergelijkbare uitspraken
Bron
ECLI: ECLI:NL:RBROT:2025:13219
Lees de originele uitspraak op Rechtspraak.nl
Deze samenvatting is met zorg samengesteld op basis van de oorspronkelijke uitspraak. Wilt u deze uitspraak gebruiken ter onderbouwing van een standpunt, procedure of besluit, raadpleeg dan altijd de volledige originele uitspraak.




