De rechtbank Den Haag heeft geoordeeld over een conflict tussen een Vereniging van Eigenaars (VvE) en haar voormalig voorzitter, aangeduid als [gedaagde]. De VvE stelde de voorzitter aansprakelijk voor het onrechtmatig incasseren en besteden van verzekeringsgelden, en eiste de terugbetaling van € 44.750,-. De voorzitter zou zonder instemming van de VvE het geld hebben gebruikt voor betalingen aan een aannemer, zonder daarover verantwoording af te leggen. De rechtbank heeft de vordering van de VvE toegewezen.
Lekkage en uitkering verzekeringsgeld
Het conflict ontstond na een lekkage in de gemeenschappelijke standleidingen van een appartementencomplex, waarbij [gedaagde] zowel eigenaar van een appartement als voorzitter van de VvE was. Hij schakelde een aannemer in voor herstelwerkzaamheden en liet de verzekeringsuitkering van de VvE op zijn persoonlijke bouwdepot storten. De betalingen aan de aannemer werden vanuit dit depot verricht, zonder goedkeuring of verantwoording aan de VvE.
Verwijtbaar handelen VvE-voorzitter
De VvE voerde aan dat [gedaagde] handelde in strijd met het splitsingsreglement door zelfstandig over de verzekeringsgelden te beschikken. Hij had de VvE niet geïnformeerd of betrokken bij de financiële beslissingen. [gedaagde] verdedigde zich door te stellen dat hij in het belang van de VvE handelde vanwege de urgentie van de situatie, maar hij kon niet aantonen dat de uitgaven effectief ten behoeve van de VvE waren gedaan.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank oordeelde dat [gedaagde] ernstig verwijtbaar had gehandeld. Hij hield de VvE niet op de hoogte van de financiële transacties en door de verzekeringsgelden op zijn naam te zetten, verloor de VvE zicht op de besteding ervan. Ondanks dat er geen bewijs was van persoonlijk financieel voordeel, kon [gedaagde] niet aantonen dat de uitgaven de VvE ten goede kwamen. De rechtbank vond dat hij niet de zorgvuldigheid had betracht die van een bestuurder verwacht mag worden.
Terugbetaling en proceskosten
De vordering van de VvE tot terugbetaling van € 44.750,- werd toegewezen, inclusief wettelijke rente. [gedaagde] moest ook de proceskosten van de VvE betalen. Zijn tegenvordering voor uitgaven die hij beweerde ten behoeve van de VvE te hebben gedaan, werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Wel kende de rechtbank hem een vergoeding toe voor een factuur van € 1.926,10 voor werkzaamheden van firma [bedrijf 2], omdat deze kosten voldoende waren onderbouwd en niet door de VvE waren betwist.
Vergelijkbare uitspraken
Bron
ECLI: ECLI:NL:RBDHA:2025:21386
Lees de originele uitspraak op Rechtspraak.nl
Deze samenvatting is met zorg samengesteld op basis van de oorspronkelijke uitspraak. Wilt u deze uitspraak gebruiken ter onderbouwing van een standpunt, procedure of besluit, raadpleeg dan altijd de volledige originele uitspraak.




