In Rotterdam was er een conflict over het onderhoud van een achterpad. De Vereniging van Eigenaren (VvE) van een pand aan de [adres 1] wilde dat de buren, [persoon A], [persoon B], en DBA Beheer B.V., meewerkten aan het onderhoud van het pad dat over hun eigendommen loopt. De VvE stelde dat dit pad onderdeel was van een erfdienstbaarheid die al meer dan een eeuw geleden was vastgelegd. De buren beweerden echter dat deze erfdienstbaarheid was vervallen door non-usus, omdat het pad jarenlang deels was geblokkeerd door een garage. De rechtbank moest beslissen of de erfdienstbaarheid nog van kracht was en of de buren verplicht waren bij te dragen aan het onderhoud.
Erfdienstbaarheid ter discussie
Het geschil begon met verschillende rechtszaken die de VvE tegen de buren en DBA Beheer B.V. had aangespannen. De kern van de zaak was of de erfdienstbaarheid van het pad nog geldig was. De VvE baseerde haar claim op een notariële splitsingsakte uit 2015 en een oudere akte uit 1897 die de erfdienstbaarheid beschreef. De buren voerden aan dat deze rechten waren vervallen door langdurige niet-gebruik (non-usus), omdat een garage het pad jarenlang versperde.
Mislukte mediationpoging
De rechtbank probeerde eerst een oplossing te vinden via mediation, maar deze poging mislukte. Tijdens de mondelinge behandeling op 27 mei 2025 werden verschillende getuigenverklaringen gegeven. Deze verklaringen gaven inzicht in het gebruik van het pad door de jaren heen. Daarnaast werd een kadastrale tekening getoond die de ligging van de percelen verduidelijkte.
Rechtsgeldigheid van de erfdienstbaarheid
De rechtbank oordeelde dat de erfdienstbaarheid niet was vervallen door non-usus. Er was namelijk geen sprake van een volledige belemmering van het gebruik gedurende 30 jaar. Getuigen verklaarden dat het pad altijd, zij het soms beperkt, toegankelijk was gebleven. Dit was voldoende om de erfdienstbaarheid in stand te houden.
Verplichting tot onderhoud
De rechtbank besloot dat [persoon A] en DBA Beheer B.V. moesten meewerken aan het onderhoud van het pad. Dit omvatte het verharden van het pad, het installeren van verlichting en het aanbrengen van een schuine opgang bij de ingang. De kosten hiervoor werden gelijkelijk verdeeld, waarbij [persoon A] en DBA Beheer B.V. ieder een derde van de kosten moesten betalen.
Proceskostenveroordeling en overige beslissingen
Daarnaast werden [persoon A] en DBA Beheer B.V. veroordeeld tot het betalen van de proceskosten. De VvE werd niet-ontvankelijk verklaard in haar vorderingen tegen [persoon C], aangezien hij geen eigenaar meer was van het betrokken perceel. De vorderingen in reconventie van DBA Beheer B.V. en de andere partijen werden afgewezen.
Vergelijkbare uitspraken
Bron
ECLI: ECLI:NL:RBROT:2025:14273
Lees de originele uitspraak op Rechtspraak.nl
Deze samenvatting is met zorg samengesteld op basis van de oorspronkelijke uitspraak. Wilt u deze uitspraak gebruiken ter onderbouwing van een standpunt, procedure of besluit, raadpleeg dan altijd de volledige originele uitspraak.




