In een recente uitspraak heeft de rechtbank Zeeland-West-Brabant geoordeeld over een conflict tussen een Vereniging van Eigenaars (VvE) en een van haar leden. De VvE eiste betaling van een achterstallige ledenbijdrage van € 3.600,00 van de appartementseigenaar. De eigenaar had deze betalingen opgeschort, omdat hij vond dat de VvE het onderhoud aan het gebouw verwaarloosde. De rechtbank moest beoordelen of deze opschorting gerechtigd was.
Achterstand in VvE-bijdrage
De appartementseigenaar was lid van een VvE die verantwoordelijk is voor een complex met vier woningen en een bedrijfsruimte. Tijdens vergaderingen van de VvE was besloten dat leden een bijdrage van € 200,00 per maand moesten betalen. De eigenaar had deze betalingen echter niet voldaan, wat leidde tot een achterstand van € 3.600,00.
Verweer op basis van opschorting
De eigenaar stelde dat hij het recht had om zijn betalingen op te schorten. Hij voerde aan dat de VvE haar verplichtingen niet nakwam doordat het gebouw niet goed werd onderhouden. Hoewel hij erkende dat de VvE plannen had voor toekomstig onderhoud, was hij ontevreden over het huidige bestuur en de uitvoering van het onderhoud.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank oordeelde dat de eigenaar verplicht was om de achterstallige bijdrage te voldoen. Het beroep op opschorting werd afgewezen omdat de eigenaar geen opeisbare vordering op de VvE had. De rechtbank verwees naar bestaande rechtspraak waarin is bepaald dat appartementseigenaren hun betalingsverplichtingen niet zomaar kunnen opschorten zonder een specifieke juridische procedure.
Verplichting tot betaling
De rechtbank benadrukte dat het niet betalen van de VvE-bijdrage niet de juiste manier is om problemen met het onderhoud aan te kaarten. De eigenaar werd veroordeeld tot betaling van de hoofdsom van € 3.600,00, vermeerderd met de wettelijke rente over € 3.000,00 vanaf de dag van dagvaarding tot aan de volledige betaling. Daarnaast moest de eigenaar de proceskosten van € 1.337,14 betalen, die onder meer uit de kosten van de dagvaarding en het salaris van de gemachtigde van de VvE bestonden.
Afwijzing van incassokosten
De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten werden door de rechtbank afgewezen. De VvE had niet voldoende onderbouwd waarom deze kosten verschuldigd zouden zijn. Het vonnis werd echter wel uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat de VvE direct actie kan ondernemen om de openstaande bedragen te incasseren, ondanks een eventueel hoger beroep van de eigenaar.
Vergelijkbare uitspraken
Bron
ECLI: ECLI:NL:RBZWB:2025:9664
Lees de originele uitspraak op Rechtspraak.nl
Deze samenvatting is met zorg samengesteld op basis van de oorspronkelijke uitspraak. Wilt u deze uitspraak gebruiken ter onderbouwing van een standpunt, procedure of besluit, raadpleeg dan altijd de volledige originele uitspraak.




