De zaak in het kort
De zaak betreft een conflict tussen een verhuurder, aangeduid als [eiser], en een huurder, aangeduid als [gedaagde], over de hoogte van de servicekosten en kosten voor nutsvoorzieningen voor een appartement. Na een eerdere uitspraak van de Huurcommissie, waarbij de servicekosten voor 2023 werden vastgesteld op € 1.676,22, is [eiser] van mening dat de kosten € 3.124,06 zouden moeten bedragen. In deze procedure vordert [eiser] een verklaring voor recht dat het hogere bedrag verschuldigd is. [gedaagde] verzet zich hiertegen en vordert in reconventie dat zij geen servicekosten verschuldigd is, of in ieder geval dat de uitspraak van de Huurcommissie gevolgd moet worden.
Het verloop van het proces en de feiten
[gedaagde] huurt sinds 1 november 2018 een appartement van [eiser]. Het appartement is onderdeel van een complex met 110 appartementen, beheerd door een Vereniging van Eigenaars (VvE). De huurovereenkomst vermeldt een huurprijs en een voorschot voor servicekosten en verwarmingskosten. Op 27 juni 2024 verstrekte [eiser] een overzicht van de servicekosten en nutsvoorzieningen voor 2023, waarop [gedaagde] bezwaar maakte bij de Huurcommissie. Deze commissie stelde de kosten vast op € 1.676,22. [eiser] startte daarop een procedure bij de rechtbank, die de beslissing van de Huurcommissie tenietdoet, en vraagt de rechtbank de kosten vast te stellen.
Tijdens de mondelinge behandeling op 11 maart 2026 werden argumenten van beide partijen gehoord. [gedaagde] betwist de hoogte van de servicekosten en wijst erop dat bepaalde gemeenschappelijke ruimtes niet toegankelijk zijn voor huurders, waardoor niet alle kosten doorberekend kunnen worden. [eiser] voert aan dat de kosten zijn gebaseerd op rekeningen van de VvE en dat deze kosten doorbelast kunnen worden aan [gedaagde] volgens de huurovereenkomst en een aanvullende overeenkomst (allonge).
De beslissing van de rechtbank
De kantonrechter oordeelt dat de allonge, waarin de specificatie van de servicekosten is opgenomen, rechtsgeldig is, ondanks het ontbreken van een handtekening van de verhuurder en de woorden ‘voor akkoord’. De rechter stelt vast dat de servicekosten, zoals gespecificeerd, zijn overeengekomen tussen partijen.
Wat betreft de servicekosten en nutsvoorzieningen besluit de kantonrechter dat de verwarmingskosten en de kosten voor nutsvoorzieningen met individuele meter in totaal € 2.893,16 bedragen. Dit bedrag is hoger dan het door de Huurcommissie vastgestelde bedrag, maar lager dan het door [eiser] gevorderde bedrag. De kantonrechter hanteert een verdeelsleutel van 1/110 voor de gemeenschappelijke kosten, gebaseerd op het aantal appartementen in het gebouw volgens de splitsingsakte.
Bij de beoordeling van de individuele verwarmingskosten en de servicekosten, zoals schoonmaak en glasbewassing, wordt rekening gehouden met de toegankelijkheid van de gemeenschappelijke ruimtes. Voor de verwarmingskosten van deze ruimtes wordt een korting van 25% toegepast, conform een eerdere uitspraak over hetzelfde complex. Voor de nutsvoorzieningen wordt een korting van 10% toegepast, aangezien het verbruik voor de afgesloten ruimtes niet inzichtelijk is.
De kantonrechter wijst de vorderingen van [gedaagde] in reconventie af, waaronder de verklaring dat zij geen servicekosten verschuldigd is. De proceskosten in conventie worden gecompenseerd, terwijl [gedaagde] in reconventie wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten van [eiser], begroot op € 170,00. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.



