In een recent vonnis van de Rechtbank Midden-Nederland is een appartementseigenaar, [gedaagde], veroordeeld tot het betalen van achterstallige VvE-bijdragen. Ondanks zijn beroep op opschorting, oordeelde de rechtbank dat de bijdragen moeten worden voldaan. De zaak draaide om een bedrag van € 429,27, dat de eigenaar niet had betaald omdat hij vond dat de VvE haar onderhoudsverplichtingen niet nakwam.
De VvE, vertegenwoordigd door mr. B.C.H. Kolfschoten, eiste betaling van de achterstallige bijdragen, vermeerderd met rente en bijkomende kosten. De rechtbank stelde de VvE in het gelijk.
Geen recht op opschorting
De kern van het geschil was of [gedaagde] het recht had om zijn betalingen op te schorten. In de splitsingsakte van de VvE is een clausule opgenomen die opschorting uitsluit. Artikel 11, lid 3 van de akte bepaalt namelijk dat de betaling van voorschotbijdragen niet kan worden opgeschort of verrekend met vorderingen op de VvE. Hierdoor kwam de rechtbank tot het oordeel dat [gedaagde] niet gerechtigd was zijn betalingen op te schorten.
Onderhoudsverplichtingen VvE
Hoewel de rechtbank oordeelde dat de betalingen niet opgeschort konden worden, erkende zij wel dat de VvE haar onderhoudsverplichtingen moet nakomen. Dit aspect van de zaak bleef echter buiten beschouwing in de uitspraak over de betalingsverplichting.
Wettelijke rente
Omdat [gedaagde] in gebreke was met de betalingen, werd hij ook veroordeeld tot het betalen van de wettelijke rente. De VvE had een bedrag van € 20,43 aan vertragingsrente gevorderd, maar had nagelaten om de ingangsdatum van deze berekening te verduidelijken. De rechtbank wees daarom de rente toe vanaf de dagvaardingdatum, 6 maart 2026.
Buitengerechtelijke incassokosten
De VvE had ook vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten gevraagd. Hoewel de hoofdvordering buiten het toepassingsbereik van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten viel, vond de rechtbank de gevorderde kosten redelijk. De VvE had aangetoond dat zij incassowerkzaamheden had verricht, en het gevorderde bedrag van € 48,40 werd toegewezen.
Proceskosten
Tot slot werd [gedaagde] veroordeeld tot het betalen van de proceskosten, die werden begroot op € 510,27. Deze kosten omvatten de dagvaardingskosten, griffierechten en het salaris van de gemachtigde van de VvE.
Vergelijkbare uitspraken
Bron
ECLI: ECLI:NL:RBMNE:2026:4787
Lees de originele uitspraak op Rechtspraak.nl
Deze samenvatting is met zorg samengesteld op basis van de oorspronkelijke uitspraak. Wilt u deze uitspraak gebruiken ter onderbouwing van een standpunt, procedure of besluit, raadpleeg dan altijd de volledige originele uitspraak.



