In een rechtszaak voor de rechtbank Rotterdam stond de Vereniging van Eigenaars (VvE) tegenover een appartementseigenaar, aangeduid als [gedaagde], die een betalingsachterstand had in de VvE-bijdragen. De VvE eiste betaling van de achterstallige bedragen, inclusief rente en incassokosten. [gedaagde] voerde verschillende argumenten aan om het niet-betalen te rechtvaardigen, waaronder het niet ontvangen van post en het feit dat sommige kosten betrekking hadden op een periode waarin hij nog niet in het appartement woonde. De rechtbank moest beslissen of [gedaagde] deze kosten verschuldigd was en of de incassokosten en rente terecht waren.
De procedure en de feiten
De procedure begon met een dagvaarding door de VvE op 19 november 2025, waarin zij de betaling van achterstallige VvE-bijdragen eiste. De VvE werd vertegenwoordigd door BoitenLuhrs Incasso Gerechtsdeurwaarders. [gedaagde] verdedigde zichzelf en betwistte de eis van de VvE. Hij claimde dat hij niet op de hoogte was van zijn betalingsverplichtingen omdat veel post naar een verkeerd adres werd gestuurd. Ook stelde hij dat hij voor sommige bedragen niet verantwoordelijk gehouden kon worden omdat deze betrekking hadden op een tijdsperiode voordat hij in het appartement woonde. Daarnaast stelde hij dat hij alle openstaande bedragen al had betaald vóór de dagvaarding en betwistte hij de hoogte van de in rekening gebrachte incassokosten en rente.
De VvE had in de vergadering van november 2024 het exploitatieresultaat over 2023/2024 vastgesteld en besloten dat het tekort door de leden aangezuiverd moest worden. Ook was er een herziening van de begroting, met terugwerkende kracht, waardoor leden extra moesten bijbetalen. De VvE had documenten en brieven overgelegd waaruit bleek dat [gedaagde] op de hoogte was gebracht van deze besluiten en zijn betalingsverplichting.
De rol van de welkomstbrief
De kantonrechter stelde vast dat [gedaagde] op 12 november 2024 lid was geworden van de VvE en daarmee verplicht was de vastgestelde bijdragen te betalen. De welkomstbrief die de VvE op 13 november 2024 aan [gedaagde] had gestuurd, maakte hem hiervan bewust. [gedaagde] betwistte uiteindelijk de ontvangst van deze brief niet meer. De kantonrechter concludeerde dat [gedaagde] vanaf dat moment op de hoogte was van zijn verplichtingen.
De beslissing van de rechtbank
De rechtbank oordeelde dat [gedaagde] verantwoordelijk was voor de betaling van de achterstallige bijdragen ter hoogte van € 235,02. Ondanks dat deze betrekking hadden op een periode waarin hij nog geen eigenaar was, was hij op het moment van besluitvorming wel eigenaar, waardoor hij aansprakelijk was. De VvE had een actuele specificatie van de verschuldigde bedragen overlegd, waaruit bleek dat er nog een achterstand bestond. [gedaagde] had niet voldoende bewijs geleverd van betaling om deze te weerleggen.
De rechtbank kende de incassokosten van € 460,25 toe aan de VvE, omdat de aanmaning correct was verstuurd en [gedaagde] niet tijdig had betaald. [gedaagde] had geen overtuigend bewijs geleverd dat de incassokosten onterecht waren of dat ze over een te hoog bedrag waren berekend.
De VvE vroeg ook om wettelijke rente over de achterstallige bedragen. De kantonrechter wees deze vordering toe, omdat het bedrag niet buitensporig hoog was gezien de duur van de achterstand en [gedaagde] dit verweer laat had ingebracht zonder voldoende onderbouwing.
Daarnaast werd [gedaagde] veroordeeld tot betaling van de proceskosten, die werden begroot op € 846,14. De kantonrechter oordeelde dat de kosten voor kadastrale recherche niet noodzakelijk waren en dus niet vergoed hoefden te worden. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat het onmiddellijk kan worden uitgevoerd, zelfs als een van de partijen in hoger beroep gaat.
Vergelijkbare uitspraken
Bron
ECLI: ECLI:NL:RBROT:2026:5200
Lees de originele uitspraak op Rechtspraak.nl
Deze samenvatting is met zorg samengesteld op basis van de oorspronkelijke uitspraak. Wilt u deze uitspraak gebruiken ter onderbouwing van een standpunt, procedure of besluit, raadpleeg dan altijd de volledige originele uitspraak.




