De zaak in het kort
De rechtbank Amsterdam heeft op 28 januari 2026 uitspraak gedaan in een zaak tussen de Vereniging van Eigenaars (VvE) van een appartementencomplex en een van haar leden, hier aangeduid als [gedaagde]. De VvE stelde dat [gedaagde] een gedeelte van de gemeenschappelijke gang op de zolderverdieping zonder toestemming bij zijn berging had getrokken en deze berging als woonruimte gebruikte, wat in strijd zou zijn met de splitsingsakte. Er was geprobeerd om via een vaststellingsovereenkomst tot een oplossing te komen, maar de partijen konden het niet eens worden. De rechtbank oordeelde dat [gedaagde] geen toestemming had voor het gebruik van de gemeenschappelijke gang en de berging als woonruimte, en legde diverse veroordelingen op aan [gedaagde].
Het verloop van het proces en de feiten
De procedure begon met een dagvaarding op 12 mei 2025. [gedaagde] voerde aan dat hij al toestemming had gekregen via de vorige eigenaar van de woning, De Paltz B.V., die in 2016 een overeenkomst met de VvE had gesloten om de berging uit te breiden door een deel van de gemeenschappelijke gang toe te voegen. Dit zou echter alleen zijn toegestaan onder bepaalde voorwaarden en met toestemming van de VvE, die, volgens de VvE, niet op [gedaagde] was overgegaan na de verkoop van het appartementsrecht.
In 2018 was er een koopovereenkomst getekend waarin 6 m² van de gemeenschappelijke gang aan De Paltz was verkocht, maar de levering had nog niet plaatsgevonden. [gedaagde] had in 2023 de woning gekocht en verhuurde deze. Hij vroeg de VvE toestemming om de berging als woonruimte te gebruiken, wat werd verleend onder de voorwaarde van een vaststellingsovereenkomst, die hij echter weigerde te ondertekenen. [gedaagde] paste de overeenkomst naar eigen inzicht aan, maar dit werd niet geaccepteerd door de VvE.
De VvE legde een boete op van ⬠120,- per dag voor het niet naleven van de voorwaarden, wat opliep tot een totaal van ⬠43.800,-. De VvE wilde dat [gedaagde] de gemeenschappelijke gang ontruimde en de situatie herstelde naar de oude toestand.
De beslissing van de rechtbank
De rechtbank oordeelde dat de overeenkomst uit 2016 tussen de VvE en De Paltz niet op [gedaagde] was overgegaan. De toestemming voor het gebruik van de gemeenschappelijke gang was persoonlijk aan De Paltz verleend en niet overdraagbaar. [gedaagde] kon zich daarom niet beroepen op deze toestemming.
Verder stelde de rechtbank dat de VvE gerechtigd was om aanvullende voorwaarden te stellen aan de toestemming voor het gebruik van de gemeenschappelijke gang, waaronder de mogelijkheid om de toestemming op te zeggen. De voorgelegde vaststellingsovereenkomst was volgens de rechtbank redelijk, omdat deze bepaalde dat intrekking van de toestemming niet op onredelijke gronden mocht gebeuren. [gedaagde] had deze overeenkomst ten onrechte niet ondertekend en had daarom geen toestemming voor het gebruik van de gang en de berging als woonruimte.
De rechtbank veroordeelde [gedaagde] tot het beëindigen van het gebruik van de gemeenschappelijke gang en de berging als woonruimte, en tot het herstellen van de oorspronkelijke situatie. De boete van ⬠43.800,- werd gehandhaafd, maar er werden geen aanvullende dwangsommen opgelegd, omdat de boete al voldoende drukmiddel was. [gedaagde] moest ook de proceskosten van de VvE betalen, zowel in conventie als reconventie.
In reconventie werden de vorderingen van [gedaagde] afgewezen. De rechtbank vond dat er geen geldige overdracht van de overeenkomst uit 2016 had plaatsgevonden en dat er geen overeenstemming was bereikt over de aangepaste vaststellingsovereenkomst. Bovendien was de wijziging van de splitsingsakte, zoals [gedaagde] voorstelde, niet mogelijk zonder de medewerking van alle appartementseigenaars. Ook in reconventie moest [gedaagde] de proceskosten van de VvE vergoeden.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




