De zaak in het kort
Een lid van een Vereniging van Eigenaars (VvE) in Amsterdam heeft een betalingsachterstand opgelopen en moet deze voldoen aan de VvE, inclusief rente en bijkomende kosten. De VvE heeft de zaak aanhangig gemaakt bij de rechtbank en eist betaling van het openstaande bedrag van € 5.722,70 plus rente en incassokosten. De rechtbank heeft de vordering van de VvE toegewezen, waarbij het vonnis uitvoerbaar bij voorraad is verklaard, wat betekent dat het meteen uitgevoerd kan worden, ook als er hoger beroep wordt ingesteld.
Het verloop van het proces en de feiten
De zaak begon met een dagvaarding van de VvE op 14 januari 2026, waarin werd gevorderd dat het lid de achterstallige bedragen zou betalen. Het lid, hierna [gedaagde], heeft in de loop van de procedure erkend dat zij het gevorderde bedrag nog moet betalen. Ondanks eerdere veroordelingen in 2024 om betalingsachterstanden te voldoen, zijn er opnieuw schulden ontstaan. De VvE heeft daarop wederom juridische stappen ondernomen.
Tijdens de zitting heeft [gedaagde] aangegeven dat zij een betalingsregeling wil treffen, aangezien zij het bedrag niet in één keer kan voldoen. Ze heeft contact opgenomen met de gemeente voor schuldhulpverlening in verband met andere schulden die zij ook heeft. Desondanks heeft de VvE besloten door te gaan met de gerechtelijke procedure vanwege het uitblijven van een concreet betalingsvoorstel van [gedaagde].
De VvE heeft tijdens de zitting notulen van een algemene ledenvergadering overhandigd, waaruit blijkt dat het bestuur gemachtigd is om incassomaatregelen te treffen bij betalingsachterstanden. Dit gaf de VvE de juridische bevoegdheid om de zaak in te leiden.
De beslissing van de rechtbank.
De kantonrechter heeft de vordering van de VvE toegewezen. Er is vastgesteld dat [gedaagde] een betalingsverplichting heeft en dat het gevorderde bedrag correct is. De rechter heeft bepaald dat [gedaagde] de wettelijke rente moet betalen over de openstaande bedragen vanaf de vervaldata tot aan de dag van volledige betaling. Betalingen die [gedaagde] tussentijds heeft gedaan, worden eerst in mindering gebracht op de verschuldigde kosten en rente, en vervolgens op de hoofdsom.
Bovendien heeft de kantonrechter de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten van € 200,53 toegewezen, samen met € 42,11 aan btw. Deze kosten zijn gerechtvaardigd aangezien de VvE tijdig een aanmaning heeft gestuurd die voldoet aan de wettelijke eisen.
De proceskosten die [gedaagde] aan de VvE moet betalen zijn vastgesteld op € 1.576,77. Deze omvatten de kosten van de dagvaarding, griffierechten, het salaris van de gemachtigde van de VvE, en nakosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat de VvE het vonnis direct kan ten uitvoer leggen, ongeacht eventuele hoger beroepsprocedures.
De rechter heeft ook bepaald dat [gedaagde] de kosten van betekening moet dragen als zij niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend. Tot slot is het meer of anders gevorderde afgewezen.
Deze beslissing is genomen door kantonrechter mr. J. Huber en uitgesproken in het openbaar op 10 april 2026. De uitspraak benadrukt het belang van het naleven van betalingsverplichtingen binnen een VvE en biedt een juridisch kader voor het optreden tegen leden met betalingsachterstanden.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




