In deze zaak stond een bedrijf, [eiser], tegenover de Vereniging van Eigenaars (VvE) van appartementencomplex De Klef II in Ewijk. [eiser] eiste betaling van € 10.925,77 voor onderhouds- en reparatiewerkzaamheden aan de liftinstallatie van het gebouw. De VvE had enkele facturen niet betaald en was het niet eens met de vordering. De rechtbank besloot dat de VvE een deel van de kosten wel moest betalen.
Serviceovereenkomst na fusie
De VvE betwistte de betaling, deels omdat zij vond dat de serviceovereenkomst niet automatisch was overgegaan naar [eiser] na een fusie. De VvE erkende dat er sinds 2002 een overeenkomst bestond met de rechtsvoorganger van [eiser], maar de voorwaarden waren onbekend gebleven. De rechtbank oordeelde dat de overeenkomst wel degelijk was overgegaan naar [eiser] na de fusie. De VvE had namelijk jarenlang diensten van [eiser] afgenomen en betalingen gedaan, wat aangaf dat zij op de hoogte was van de voortzetting van de afspraken.
Facturen voor onderhoud en reparaties
De facturen voor de werkzaamheden waren verspreid over meerdere jaren. De rechtbank bepaalde dat de facturen voor de jaren 2022 tot 2025 betaald moesten worden, voor zover deze onder de serviceovereenkomst vielen. Dit kwam neer op een bedrag van € 3.932,69. Voor de reparatiewerkzaamheden oordeelde de rechtbank dat alleen de opdrachten verstrekt door de penningmeester, [naam betrokkene 2], rechtmatig waren. Dit betrof een bedrag van € 1.731,10.
Onbevoegde opdrachten en afwijzing
De rechtbank wees de overige facturen af, omdat deze opdrachten waren verstrekt door iemand die niet bevoegd was namens de VvE. [eiser] had moeten verifiëren wie bevoegd was om namens de VvE opdrachten te geven, bijvoorbeeld door het Handelsregister te controleren. Hierdoor werden deze facturen nietig verklaard.
Rente en incassokosten
[eiser] ontving ook wettelijke handelsrente over de toegewezen bedragen vanaf de data van opeisbaarheid. De rechtbank kende deels de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten toe, namelijk € 658,18 volgens de geldende tarieven. De proceskosten kwamen voor rekening van de VvE en werden vastgesteld op € 1.529,35. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat het direct uitgevoerd kan worden, zelfs als er hoger beroep volgt.
Vergelijkbare uitspraken
Bron
ECLI: ECLI:NL:RBGEL:2026:3352
Lees de originele uitspraak op Rechtspraak.nl
Deze samenvatting is met zorg samengesteld op basis van de oorspronkelijke uitspraak. Wilt u deze uitspraak gebruiken ter onderbouwing van een standpunt, procedure of besluit, raadpleeg dan altijd de volledige originele uitspraak.




