In deze zaak stond een appartementseigenaar tegenover de Vereniging van Eigenaren (VvE) van een pand in Arnhem. De eigenaar wilde dat de kantonrechter besluiten van de VvE-vergadering van 15 maart 2026 zou schorsen. Hij vond dat de VvE onrechtmatig functioneerde en de besluiten ongeldig waren. De rechter verklaarde zich echter onbevoegd om hierover te oordelen, waardoor de schorsing niet werd toegekend.
Geschil over VvE-besluiten
Het conflict begon toen de appartementseigenaar, de eiser in conventie, op 1 april 2026 een dagvaarding indiende. Hij wilde de besluiten van de VvE-vergadering van 15 maart 2026 laten schorsen. De VvE verdedigde zich door te stellen dat de besluiten rechtsgeldig waren genomen. Ze waren de enige functionerende VvE in het pand, ondanks een eerdere notariële splitsing en ondersplitsing in 1995. De eiser, die zijn appartement in juli 2025 had gekocht, betwistte de geldigheid van de besluiten omdat deze volgens hem door een onbevoegde VvE waren genomen.
Onenigheid over ondersplitsing
Tijdens de zitting op 9 april 2026 bleek dat beide partijen de notariële aktes van splitsing en ondersplitsing niet correct hadden geïnterpreteerd. De ondersplitsing was ten onrechte buiten beschouwing gelaten, wat tot onduidelijkheid en geschillen leidde. De kantonrechter besprak met de partijen hoe de ondersplitsing correct uitgevoerd kon worden en benadrukte het belang van samenwerking tussen de partijen.
Rechter onbevoegd verklaard
De kantonrechter oordeelde dat hij niet bevoegd was om de vordering tot schorsing van de besluiten te behandelen. Volgens artikel 5:130 lid 4 van het Burgerlijk Wetboek moet eerst een verzoek tot vernietiging van de besluiten worden ingediend, wat de eiser niet had gedaan. Bovendien gold de vordering als een van onbepaalde waarde, waarvoor de kantonrechter alleen bevoegd is als het bedrag niet boven €25.000 komt, wat hier niet het geval was.
Proceskosten gecompenseerd
Wat betreft de proceskosten besloot de kantonrechter dat er geen reden was voor een volledige proceskostenveroordeling. De eiser had de VvE onterecht in een juridische procedure betrokken, terwijl de VvE binnen redelijke termijn de notulen had verstrekt. Daarom werden de proceskosten gecompenseerd, wat betekent dat beide partijen hun eigen kosten moesten dragen.
Vergelijkbare uitspraken
Bron
ECLI: ECLI:NL:RBGEL:2026:3182
Lees de originele uitspraak op Rechtspraak.nl
Deze samenvatting is met zorg samengesteld op basis van de oorspronkelijke uitspraak. Wilt u deze uitspraak gebruiken ter onderbouwing van een standpunt, procedure of besluit, raadpleeg dan altijd de volledige originele uitspraak.




