In een zaak tussen een Vereniging van Eigenaars (VvE) en de Kamer van Koophandel (KvK) stond de inschrijving van een schorsing centraal. De VvE, bestaande uit twee leden, had een conflict over de schorsing van de vicevoorzitter. De voorzitter wilde deze schorsing laten inschrijven, maar de KvK weigerde vanwege twijfels over de rechtsgeldigheid van het besluit. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven oordeelde dat de KvK correct handelde.
Verzoek tot inschrijving schorsing
Op 1 april 2023 diende de voorzitter van de VvE een verzoek in bij de KvK om de schorsing van de vicevoorzitter met terugwerkende kracht in te schrijven. De schorsing was bedoeld vanaf 15 december 2021. De KvK weigerde echter, omdat er twijfels bestonden over de juistheid en de rechtsgeldigheid van de beslissing van de VvE.
Twijfels over rechtsgeldigheid
De KvK baseerde haar weigering op een eerdere beslissing van de kantonrechter in Den Haag, die VvE-besluiten van april 2022 vernietigde. Deze besluiten betroffen het ontslag van de vicevoorzitter. De KvK twijfelde of er een rechtsgeldig besluit tot schorsing was genomen. De voorzitter meende dat hij bevoegd was om de schorsing door te voeren op basis van het Burgerlijk Wetboek, maar de KvK vond dat er onvoldoende bewijs was voor een rechtsgeldige schorsing.
Rol van de voorzitter
De voorzitter stelde dat hij, volgens artikel 5:133, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek, bevoegd was om in te grijpen vanwege een tegenstrijdig belang. Hij gebruikte een formulier voor schorsing, omdat er geen specifiek formulier voor op non-actiefstelling was. De KvK vond echter dat er geen rechtsgeldig besluit was over de schorsing of op non-actiefstelling van de vicevoorzitter.
Oordeel van het College van Beroep
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven oordeelde dat de KvK terecht twijfelde aan de juistheid van de opgave en dat de inschrijving terecht was geweigerd. De KvK had voldoende onderzoek gedaan en de civielrechtelijke aspecten van de zaak lagen uiteindelijk bij de civiele rechter. De vernietiging van eerdere besluiten door de kantonrechter en het gerechtshof Den Haag onderstreepte de twijfel aan de rechtsgeldigheid van de schorsing.
Geen bevoegdheid voor eenzijdige schorsing
Het College verwierp het standpunt van de voorzitter dat hij de vicevoorzitter eenzijdig kon schorsen. Het gerechtshof had al geoordeeld dat er een tegenstrijdig belang was, waardoor de voorzitter niet bevoegd was om zelfstandig op te treden. Het College vond verder onderzoek door een rechter-commissaris of prejudiciële vragen aan de Hoge Raad niet nodig.
Beslissing van het College
Het College verklaarde het beroep van de voorzitter ongegrond. De KvK hoefde geen proceskosten te vergoeden. Daarmee bevestigde het College dat de KvK terecht had gehandeld door de inschrijving van de schorsing te weigeren, omdat er geen rechtsgeldig besluit van de VvE was.
Vergelijkbare uitspraken
Bron
ECLI: ECLI:NL:CBB:2025:254
Lees de originele uitspraak op Rechtspraak.nl
Deze samenvatting is met zorg samengesteld op basis van de oorspronkelijke uitspraak. Wilt u deze uitspraak gebruiken ter onderbouwing van een standpunt, procedure of besluit, raadpleeg dan altijd de volledige originele uitspraak.




