Twee appartementseigenaren, [appellant 1] en [appellant 2], vroegen de rechter om de besluiten van de Vereniging van Eigenaars (VvE) over de verbouwing van een ander appartement te vernietigen. Zij vonden dat de voorwaarden voor de verbouwing onduidelijk waren en deels ontbraken. Het gerechtshof Amsterdam wees hun verzoek af en oordeelde dat de besluiten niet in strijd waren met de redelijkheid en billijkheid.
Verloop van de VvE-besluiten over de verbouwing
Het conflict ontstond toen [geïntimeerde 1] plannen indiende voor een verbouwing van hun appartement. De plannen omvatten onder andere het doorbreken van de achtergevel en de plaatsing van harmonicadeuren met een balkonverdieping en een tuintrap. Tijdens een algemene ledenvergadering (ALV) van de VvE werden deze plannen besproken en werd voorwaardelijke toestemming verleend, mits voldaan werd aan bepaalde verzekerings- en contractvoorwaarden.
Later trok [appellant 2] de toestemming in, met de reden dat [geïntimeerde 1] niet aan de voorwaarden zou voldoen. De kantonrechter oordeelde in eerste aanleg dat de besluiten correct waren genomen en wees het verzoek tot vernietiging af. [Appellant 1] en [appellant 2] gingen in hoger beroep tegen deze beslissing.
Argumenten van [appellant 1] en [appellant 2]
In hoger beroep voerden [appellant 1] en [appellant 2] aan dat de besluiten onduidelijk waren over essentiële voorwaarden. Ze stelden dat de verbouwing onduidelijke risico’s en kosten met zich mee zou brengen voor de VvE. Daarnaast beweerden ze dat [geïntimeerde 1] niet voldeed aan de eisen voor aannemersreferenties en verzekeringsdekking.
Beslissing van het gerechtshof
Het gerechtshof oordeelde dat de ALV-besluiten correct waren genomen en dat de gestelde voorwaarden voldoende duidelijk waren. Het hof stelde vast dat [geïntimeerde 1] had voldaan aan de voorwaarden voor verzekeringsdekking en aannemersreferenties. Het argument dat de splitsingsakte gewijzigd had moeten worden, werd afgewezen, omdat de verbouwing geen wijzigingen met zich meebracht die dit noodzakelijk maakten.
Het hof oordeelde ook dat de toekomstige onderhoudskosten, een ander argument van [appellant 1], niet expliciet waren besproken tijdens de ALV. Het risico daarvan kwam in beginsel voor rekening van [appellant 1]. Het hof bekrachtigde de beschikking van de kantonrechter en veroordeelde [appellant 1] in de kosten van het hoger beroep.
Vergelijkbare uitspraken
Bron
ECLI: ECLI:NL:GHAMS:2024:1902
Lees de originele uitspraak op Rechtspraak.nl
Deze samenvatting is met zorg samengesteld op basis van de oorspronkelijke uitspraak. Wilt u deze uitspraak gebruiken ter onderbouwing van een standpunt, procedure of besluit, raadpleeg dan altijd de volledige originele uitspraak.




