In een geschil over de verkeerde oppervlakte van een appartement stonden verkopers en kopers tegenover elkaar. De verkopers vermeldden in de koopovereenkomst een woonoppervlakte van 99m², terwijl het appartementsrecht slechts 70m² bedroeg. Beide partijen eisten een boete van 10% van de koopprijs wegens vermeende wanprestatie door de ander. De kantonrechter oordeelde dat de verkopers de boete moesten betalen. Het gerechtshof bevestigde dit, maar matigde de boete tot de werkelijke schade.
Verkeerde oppervlakte appartement ontdekt na taxatierapport
De kopers ontdekten de verkeerde oppervlakte van het appartement nadat zij een taxatierapport hadden laten opstellen. Zij ontbonden de koopovereenkomst op 16 december 2022, omdat de verkopers volgens hen wanprestatie pleegden door een kleiner aantal vierkante meters te leveren dan beloofd. De verkopers stelden op hun beurt de kopers in gebreke voor het niet verstrekken van een bankgarantie en ontbonden de overeenkomst eveneens.
Kantonrechter kiest de kant van de kopers
Bij de kantonrechter vorderden de verkopers een boete van de kopers, terwijl de kopers een tegenvordering indienden om de verkopers tot betaling van de boete te veroordelen. De kantonrechter oordeelde in het voordeel van de kopers en stelde dat zij terecht de overeenkomst hadden ontbonden vanwege de onjuiste voorstelling van het appartementsrecht.
Hoger beroep door verkopers
De verkopers gingen in hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Zij voerden aan dat de kopers niet gerechtigd waren de overeenkomst te ontbinden en dat zij de boete ten onrechte hadden verbeurd. Ze beweerden dat de kopers zich onterecht op een financieringsvoorbehoud hadden beroepen en dat zij niet tijdig een taxatierapport hadden overgelegd.
Gerechtshof bevestigt oordeel maar matigt boete
Het gerechtshof oordeelde dat de verkopers verantwoordelijk waren voor het leveren van een appartementsrecht met het exclusieve gebruik van 99m², zoals vermeld in de koopovereenkomst. Het hof wees het beroep van de verkopers op het financieringsvoorbehoud af en stelde vast dat de kopers niet in verzuim waren. De boete werd gematigd tot de werkelijke schade van € 6.377,65, omdat deze buitensporig was in verhouding tot de schade. Het hof bekrachtigde het oordeel van de kantonrechter, maar matigde de boete.
Proceskosten en uitvoerbaarheid
Beide partijen moesten hun eigen kosten van het hoger beroep dragen. Daarnaast oordeelde het hof dat de verkopers € 1.048 aan proceskosten moesten betalen aan de kopers. Het arrest werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat de uitspraak direct kan worden uitgevoerd, zelfs als een van de partijen in cassatie gaat bij de Hoge Raad.
Vergelijkbare uitspraken
Bron
ECLI: ECLI:NL:GHARL:2025:1407
Lees de originele uitspraak op Rechtspraak.nl
Deze samenvatting is met zorg samengesteld op basis van de oorspronkelijke uitspraak. Wilt u deze uitspraak gebruiken ter onderbouwing van een standpunt, procedure of besluit, raadpleeg dan altijd de volledige originele uitspraak.




