In een woonzorgcomplex in Arnhem ontstond een conflict over een besluit van de Vereniging van Eigenaars (VvE) om de servicekosten gelijkelijk over de appartementseigenaars te verdelen, in plaats van volgens de breukdelen zoals vastgelegd in de splitsingsakte. Een groep appartementseigenaars ging in hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, na een eerder vonnis van de rechtbank Gelderland. Ze voerden aan dat het VvE-besluit ongeldig was omdat het niet met de vereiste vier vijfde meerderheid was genomen. Het hof oordeelde uiteindelijk dat het besluit nietig was vanwege ongeldige volmachten.
Ongeldige volmachten tijdens de stemming
Het probleem begon toen de appartementseigenaars bezwaar maakten tegen het besluit van de VvE om de servicekosten anders te verdelen dan in de splitsingsakte stond. Volgens de akte moesten kosten naar breukdelen worden verdeeld. Tijdens de stemming over dit besluit waren vijftien volmachten afgegeven, waarvan drie aan het bestuur van de VvE. Met deze volmachten bereikte de VvE een meerderheid van 86% van de stemmen.
Argumenten van de appellanten
De appellanten stelden dat de volmachten aan het bestuur ongeldig waren. Volgens hen kon een volmacht alleen aan een natuurlijke persoon of rechtspersoon worden gegeven, niet aan het bestuur, dat een orgaan van de rechtspersoon VvE is. Zonder deze volmachten was de vereiste vier vijfde meerderheid niet gehaald, betoogden zij.
Oordeel van het gerechtshof
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden oordeelde dat de volmachten aan het bestuur inderdaad ongeldig waren. Volgens het hof konden stemmen die met deze volmachten waren uitgebracht niet meetellen. Hierdoor was de vereiste meerderheid van vier vijfde niet bereikt, waardoor het besluit tot wijziging van de splitsingsakte nietig was.
Uitsluiting van sommige appellanten
Het hof oordeelde ook dat twee appellanten, [appellante4] en [appellante6], geen appartementseigenaars waren en daarom geen lid van de VvE met stemrecht. Hun belang als partners van eigenaars was niet voldoende voor een zelfstandig bezwaar tegen het VvE-besluit.
Proceskosten en uitvoerbaarheid
De VvE werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten van de overige appellanten voor zowel de hoger beroep als de rechtbankprocedure. De proceskosten voor [appellante4] en [appellante6] werden gecompenseerd. Het hof verklaarde de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad, wat betekent dat de beslissingen onmiddellijk ten uitvoer kunnen worden gelegd, zelfs als er cassatie wordt ingesteld.
Vergelijkbare uitspraken
Bron
ECLI: ECLI:NL:GHARL:2025:1724
Lees de originele uitspraak op Rechtspraak.nl
Deze samenvatting is met zorg samengesteld op basis van de oorspronkelijke uitspraak. Wilt u deze uitspraak gebruiken ter onderbouwing van een standpunt, procedure of besluit, raadpleeg dan altijd de volledige originele uitspraak.




