In een zaak tussen een Vereniging van Eigenaars (VvE) en een individuele appartementseigenaar, stond de installatie van een airco en de verwijdering van drainagetegels centraal. De VvE vorderde dat de eigenaar, aangeduid als [appellante], de gevel zou herstellen en de drainagetegels zou terugplaatsen omdat deze wijzigingen zonder toestemming waren uitgevoerd. De kantonrechter gaf de VvE gelijk, en het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden bevestigde deze beslissing in hoger beroep.
Airco-installatie zonder toestemming
Het conflict begon toen [appellante] een airco-unit installeerde en daarvoor een gat in de gemeenschappelijke gevel boorde, zonder voorafgaande toestemming van de vergadering van eigenaars. Volgens de splitsingsakte en het modelreglement mogen veranderingen aan gemeenschappelijke delen niet zonder toestemming worden aangebracht. De gevel is zo’n gemeenschappelijk deel, waardoor de toestemming noodzakelijk was.
Verwijdering van drainagetegels
[appellante] verving ook enkele drainagetegels door grind, wat volgens de VvE niet was toegestaan. De drainagetegels vervulden een belangrijke rol in het onderhoud van het gebouw en mochten niet zonder toestemming worden verwijderd. Het gerechtshof oordeelde dat het grind moest worden verwijderd en de oorspronkelijke situatie met drainagetegels hersteld moest worden.
Afwijzing van achteraf toestemming
Tijdens een VvE-vergadering werd het verzoek van [appellante] om achteraf toestemming voor de airco-installatie te krijgen afgewezen. Hoewel de VvE later bereid was onder voorwaarden alsnog toestemming te geven, ging [appellante] hier niet mee akkoord. Dit leidde tot verdere juridische stappen en uiteindelijk tot de rechtszaak.
Oordeel van het gerechtshof
Het gerechtshof oordeelde dat de VvE terecht toestemming had geëist voor de wijzigingen aan de gemeenschappelijke gevel. Het argument van [appellante] dat het boren van een klein gat geen wijziging zou zijn, werd verworpen. Het hof vond dat er geen sprake was van onredelijk handelen door de VvE bij het weigeren van toestemming.
Uitvoerbaarheid van de uitspraak
Het gerechtshof bekrachtigde de beslissing van de kantonrechter, inclusief de opgelegde dwangsom, en verklaarde de uitspraak uitvoerbaar bij voorraad. Dit betekent dat de maatregelen uitgevoerd moeten worden, zelfs als [appellante] de zaak zou willen voorleggen aan de Hoge Raad. Bovendien werd [appellante] veroordeeld tot de proceskosten in hoger beroep.
Vergelijkbare uitspraken
Bron
ECLI: ECLI:NL:GHARL:2026:293
Lees de originele uitspraak op Rechtspraak.nl
Deze samenvatting is met zorg samengesteld op basis van de oorspronkelijke uitspraak. Wilt u deze uitspraak gebruiken ter onderbouwing van een standpunt, procedure of besluit, raadpleeg dan altijd de volledige originele uitspraak.




