In een zaak voor het Gerechtshof Den Haag draaide het conflict om de eigendom van een parkeerplaats in een parkeergarage. [Geïntimeerden], die sinds 1994 de parkeerplaats gebruiken, claimden eigendom door verjaring. [Appellante], die volgens de notariële akte de rechtmatige eigenaar is, betwistte dit en eiste het exclusieve gebruiksrecht. De rechtbank oordeelde eerder dat [geïntimeerden] door het langdurig gebruik eigenaar waren geworden, en het hof bevestigde deze beslissing.
Gebruik van de parkeerplaats sinds 1994
Het geschil ontstond doordat [geïntimeerden] sinds 1994 parkeerplaats 29 gebruiken, ondanks dat hun appartementsrecht recht gaf op parkeerplaats 33. Bij aankoop van de woning kreeg [appellante] volgens de notariële akte recht op parkeerplaats 29, maar ontdekte dat deze al in gebruik was door [geïntimeerden]. [Appellante] vorderde de verwijdering van [geïntimeerden]’s eigendommen en een verbod op hun toegang tot de parkeerplaats.
Hoger beroep door [appellante]
In hoger beroep stelde [appellante] dat de feitelijke situatie niet strookte met de splitsingstekening en dat [geïntimeerden] slechts houders waren. [Geïntimeerden] verweerden zich door te wijzen op hun langdurig gebruik, ondersteund door getuigenverklaringen en een huisnummerbord op de parkeerplaats.
Oordeel van het hof over eigendom door verjaring
Het hof bekrachtigde de uitspraak van de rechtbank dat [geïntimeerden] door verkrijgende verjaring eigenaar zijn geworden van parkeerplaats 29. Het langdurige gebruik sinds 1994, bevestigd door getuigen, toonde aan dat [geïntimeerden] zich als eigenaar hadden gedragen. De verjaring was in 2014 voltooid, waardoor zij rechtmatig eigenaar waren geworden.
Redelijkheid en billijkheid
Het beroep op de onrechtmatigheid van [geïntimeerden]’s handelen werd verworpen. Zij verkeerden in de veronderstelling dat de parkeerplaats bij hun woning hoorde en hadden oplossingen voorgesteld, zoals een gebruiksrecht voor [appellante] op een andere parkeerplaats. Het hof vond het beroep op verjaring niet onaanvaardbaar en stelde dat een oplossing via de VvE of een aanbod van [geïntimeerden] mogelijk was.
Proceskosten en uitvoerbaarheid
Het hof veroordeelde [appellante] in de proceskosten van het hoger beroep, aangezien zij in het ongelijk was gesteld. De uitspraak werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat de beslissing direct in werking treedt, zelfs als er verder beroep wordt aangetekend.
Vergelijkbare uitspraken
Bron
ECLI: ECLI:NL:GHDHA:2025:1705
Lees de originele uitspraak op Rechtspraak.nl
Deze samenvatting is met zorg samengesteld op basis van de oorspronkelijke uitspraak. Wilt u deze uitspraak gebruiken ter onderbouwing van een standpunt, procedure of besluit, raadpleeg dan altijd de volledige originele uitspraak.




