In een conflict binnen een Vereniging van Eigenaren (VvE) in Den Haag stonden twee eigenaren tegenover elkaar: de eigenaar van een pakhuis en de eigenaar van een bovenwoning. Het geschil draaide om het exclusieve gebruik van een dakterras dat in 2008 door de eigenaar van de bovenwoning was gerealiseerd. Deze eigenaar wilde het dakterras exclusief toegewezen krijgen via de splitsingsakte, zodat hij zijn woning inclusief dakterras kon verkopen. De kantonrechter had dit verzoek al gehonoreerd en het Gerechtshof Den Haag bevestigde deze beslissing.
Het ontstaan van het conflict over het dakterras
De achtergrond van het conflict ligt in de aanleg van een dakterras op het dak van het pakhuis. In 2008 verving de eigenaar van de bovenwoning, met toestemming van de vorige eigenaar van het pakhuis, het puntdak door een plat dak en legde het dakterras aan. Sindsdien maakt hij gebruik van dit terras. Toen hij besloot zijn woning te verkopen, wilde hij dat het dakterras ook formeel aan zijn woning werd toegewezen. De eigenaar van het pakhuis maakte bezwaar tegen deze wijziging in de splitsingsakte.
Het verzoek om wijziging van de splitsingsakte
De eigenaar van de bovenwoning verzocht de rechtbank om een vervangende machtiging te verlenen, zodat de splitsingsakte kon worden aangepast en het dakterras exclusief aan zijn woning zou worden toegewezen. De eigenaar van het pakhuis wilde daarentegen dat het dakterras een persoonlijk recht bleef en dat dit gebruiksrecht zou eindigen bij verkoop van de woning. De kantonrechter gaf de bovenwoning-eigenaar gelijk, waarop de andere eigenaar in hoger beroep ging.
Uitspraak van het Gerechtshof
Het Gerechtshof beoordeelde de bezwaren van de eigenaar van het pakhuis. Het hof benadrukte dat gemeenschappelijke zaken, zoals een dak, in principe het gehele gebouw dienen en niet exclusief in bezit mogen worden genomen door één eigenaar. Maar in dit geval was het dakterras met instemming van de eerdere eigenaar van het pakhuis aangelegd en werd het nooit door de eigenaar van het pakhuis gebruikt. Het hof oordeelde dat er geen redelijke grond was voor het bezwaar tegen de wijziging van de splitsingsakte.
Beslissing over de proceskosten en gebruiksvergoeding
Het hof bekrachtigde de beschikking van de kantonrechter en veroordeelde de eigenaar van het pakhuis in de kosten van de hoger beroep procedure, die werden begroot op € 3.131,-. Het verzoek van de pakhuis-eigenaar om een gebruiksvergoeding werd afgewezen. Er was geen juridische basis voor een winstdeling bij verkoop, en er waren geen feiten aangedragen die aantoonden dat er sprake was van verarming.
Vergelijkbare uitspraken
Bron
ECLI: ECLI:NL:GHDHA:2026:229
Lees de originele uitspraak op Rechtspraak.nl
Deze samenvatting is met zorg samengesteld op basis van de oorspronkelijke uitspraak. Wilt u deze uitspraak gebruiken ter onderbouwing van een standpunt, procedure of besluit, raadpleeg dan altijd de volledige originele uitspraak.




