In een recente zaak stond een appartementseigenaar tegenover de Vereniging van Eigenaars (VvE) vanwege het huisvesten van niet-gezinsleden in zijn appartement. De VvE eiste dat de eigenaar zou stoppen met deze praktijk, omdat het in strijd zou zijn met de splitsingsakte. De rechter besloot dat de eigenaar inderdaad geen recht had om meerdere personen zonder gezinsbanden te laten overnachten. Een uitzondering werd gemaakt voor een vermeend gezinslid, op voorwaarde dat er bewijs van inschrijving op het adres vanaf februari 2023 wordt geleverd.
Het verloop van het geschil
Op 6 februari 2026 startte de VvE een kort geding tegen de appartementseigenaar, aangeduid als [gedaagde]. De zitting vond plaats op 26 februari 2026. De kern van het conflict was het vermoeden dat [gedaagde] zijn appartement gebruikte in strijd met de splitsingsakte. De VvE had twijfels over het gebruik van het appartement door [gedaagde], die stelde dat hij samenwoont met [naam] en dat er geen sprake was van verhuur aan arbeidsmigranten.
Onderzoek van het recherchebureau
De VvE schakelde een recherchebureau in om de situatie te onderzoeken. Uit de rapporten bleek dat gedurende twee observatieperiodes meerdere mannen het appartement bewoonden. Volgens de VvE vormden deze mannen geen gezin met [gedaagde] en werd vermoed dat het om arbeidsmigranten of uitzendkrachten ging. [gedaagde] verdedigde zich door te zeggen dat hij bijles gaf aan Poolse mannen, die soms bij hem overnachtten, maar dat er geen sprake was van permanente bewoning.
Oordeel van de rechtbank
De voorzieningenrechter moest beoordelen of [gedaagde] zijn appartement gebruikte volgens de bestemming zoals bepaald in het splitsingsreglement. Het reglement stond bewoning toe met gezinsleden, maar niet met mensen met wie geen gezin werd gevormd. De rechter oordeelde dat [gedaagde] geen recht had om de Poolse mannen te laten overnachten, aangezien zij geen gezinsleden waren en de frequentie van hun overnachtingen de grens van incidenteel logeren overschreed.
Voorwaarden voor overnachting van [naam]
De rechter stond toe dat [naam] in het appartement kon verblijven, mits [gedaagde] binnen twee weken een uittreksel uit de Basisregistratie Personen (BRP) zou overleggen waaruit blijkt dat [naam] sinds februari 2023 onafgebroken op het adres staat ingeschreven. Zonder dit bewijs mag [naam] niet langer in het appartement overnachten.
Gevolgen van de uitspraak
De rechtbank legde [gedaagde] een verbod op om andere personen, zoals de Poolse mannen, in zijn appartement te laten overnachten. Er werd een dwangsom opgelegd van €250 per overtreding, tot een maximum van €10.000. Verder werd [gedaagde] veroordeeld tot het betalen van de proceskosten van de VvE, die €2.228,48 bedroegen. De uitspraak werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat deze onmiddellijk ten uitvoer gelegd kan worden, ondanks eventuele hoger beroepen. De rechtbank wees verdere vorderingen van de VvE af, omdat niet was aangetoond dat er op dat moment andere vergelijkbare situaties in het appartement plaatsvonden.
Vergelijkbare uitspraken
Bron
ECLI: ECLI:NL:RBDHA:2026:4828
Lees de originele uitspraak op Rechtspraak.nl
Deze samenvatting is met zorg samengesteld op basis van de oorspronkelijke uitspraak. Wilt u deze uitspraak gebruiken ter onderbouwing van een standpunt, procedure of besluit, raadpleeg dan altijd de volledige originele uitspraak.




