Het conflict in deze zaak draaide om het gebruiksrecht van negen ligplaatsen bij het Caribbean Court Yard project op Bonaire. De Vereniging van Eigenaren Caribbean Court Gebouw D (VvE) eiste een verklaring voor recht dat de naamloze vennootschap Hezemans Development N.V. hen een exclusief gebruiksrecht had verleend voor deze ligplaatsen. Hezemans betwistte dat zij een dergelijk recht aan de VvE had verleend. De rechtbank moest beslissen of Hezemans inderdaad een gebruiksrecht had verleend en wat de gevolgen daarvan waren.
Procedure en feiten rondom het gebruiksrecht
De zaak begon met een tussenvonnis op 20 maart 2024, waarna de VvE haar eis wijzigde. De kern van het geschil was de vraag of Hezemans de VvE een gebruiksrecht had verleend voor negen ligplaatsen aan de waterzijde van Gebouw D van het Caribbean Court Yard project. De VvE stelde dat Hezemans hen dit recht had toegekend, terwijl Hezemans dit betwistte. Hezemans stelde dat er geen rechtsgeldige handeling was geweest die een dergelijk gebruiksrecht zou verlenen, omdat zij pas in 2012 een opstalrecht had verkregen. Verder voerde Hezemans aan dat er geen vergoeding was ontvangen voor het gebruik van de ligplaatsen en dat de pier zonder hun toestemming was gebouwd.
Standpunten van beide partijen
Hezemans verwees naar een overeenkomst uit 2007 die volgens hen geen betrekking had op Gebouw D. Zij benadrukten dat hun ‘waterrights’ zich uitstrekten over perceel 4-F-1434, dat ook de betwiste ligplaatsen omvatte. De VvE stelde daarentegen dat, ondanks onduidelijke formuleringen in eerdere overeenkomsten, Hezemans geen aanspraken had op de ligplaatsen en dat het gebruik ervan door de VvE akkoord was bevonden.
Rechterlijke overwegingen
De rechtbank overwoog dat het ontbreken van een opstalrecht bij het sluiten van de overeenkomst in 2007 niet betekende dat Hezemans geen gebruiksrecht kon verlenen. Het ontbreken van een vergoeding of het feit dat de ligplaatsen weinig werden gebruikt, deed volgens de rechtbank niet af aan het verleende gebruiksrecht. Ook de aanwezigheid van een pier op een ander perceel dan het eigendom van de VvE deed geen afbreuk aan het gebruiksrecht van de ligplaatsen.
Uitspraak van de rechtbank
De rechtbank verklaarde dat Hezemans aan de VvE een gebruiksrecht had verleend voor de negen ligplaatsen, zoals beschreven in de meetbrief met nummer 4-F-1506. Hezemans moet zich onthouden van handelingen die het gebruiksrecht door de VvE belemmeren. Elke overdracht van het opstalrecht voor de meerpalen aan een derde zonder een kettingbeding om het gebruiksrecht van de VvE te waarborgen, is onrechtmatig. Verder werd Hezemans veroordeeld in de proceskosten, zowel in conventie als in reconventie.
Vergelijkbare uitspraken
Bron
ECLI: ECLI:NL:OGEABES:2024:159
Lees de originele uitspraak op Rechtspraak.nl
Deze samenvatting is met zorg samengesteld op basis van de oorspronkelijke uitspraak. Wilt u deze uitspraak gebruiken ter onderbouwing van een standpunt, procedure of besluit, raadpleeg dan altijd de volledige originele uitspraak.




