In deze zaak stonden de Verenigingen van Eigenaren (VvE’s) van het Ocean Breeze Resort op Bonaire tegenover Caribbean Lagoon N.V., de ontwikkelaar van het resort. Het geschil ging over de vraag of bepaalde kavels binnen het resort mandelig zijn, wat betekent dat ze gezamenlijk eigendom zouden moeten zijn van de appartementseigenaren en villa’s. De VvE’s eisten dat Caribbean Lagoon hun onverdeelde aandelen in deze kavels zou leveren, terwijl Caribbean Lagoon hier slechts gedeeltelijk mee instemde.
Mandeligheid van kavels in het Ocean Breeze Resort
Het Ocean Breeze Resort bestaat uit appartementengebouwen, villa’s en een hotel. Caribbean Lagoon ontwikkelde dit resort en verkocht de appartementen en villa’s aan derden, maar bleef eigenaar van het hotel en enkele erfpachtpercelen. Volgens de splitsingsakte zouden bepaalde gemeenschappelijke voorzieningen, zoals de wegen en tuinen, mandelig moeten zijn. De VvE’s stelden dat Caribbean Lagoon hun aandelen in de percelen 1507, 1508, 1512 en 1514 moest leveren.
Oordeel in eerste aanleg en hoger beroep
In eerste aanleg werden de vorderingen van de VvE’s door het Gerecht in Bonaire afgewezen. De VvE’s gingen in hoger beroep en betoogden dat de volledige percelen mandelig zijn, zoals vastgelegd in de splitsingsakte. Caribbean Lagoon stelde dat alleen de percelen met gemeenschappelijke voorzieningen voor mandeligheid in aanmerking kwamen.
Descente en overwegingen van het Hof
Tijdens het hoger beroep vond een descente plaats waarbij het Hof de situatie ter plaatse bekeek. Het Hof concludeerde dat de uitleg van de splitsingsakte en de bedoelingen van Caribbean Lagoon hierbij bepalend waren. Het bleek dat niet alle percelen gemeenschappelijke voorzieningen bevatten.
Uiteindelijk oordeel van het Hof
Het Hof oordeelde dat de percelen met gemeenschappelijke voorzieningen mandelig zijn. Percelen 1507 en 1514 werden als mandelig aangemerkt, en Caribbean Lagoon moet deze overdragen. Kavel 1508, bedoeld als bouwgrond, werd ook als mandelig beschouwd omdat het als tuin of poolarea kan fungeren. Kavel 1512 werd niet als mandelig aangemerkt. Het Hof vernietigde het eerdere vonnis en bepaalde dat Caribbean Lagoon de percelen moet leveren op basis van een 1/38ste aandeel per appartement of villa.
Conclusie en gevolgen
Caribbean Lagoon werd veroordeeld tot het leveren van de percelen 1507, 1508 en 1514 aan de appartementseigenaren en tot betaling van een dwangsom bij niet-naleving. De proceskosten van de VvE’s moesten ook door Caribbean Lagoon worden vergoed. Het oordeel was gebaseerd op de objectieve bedoeling van de splitsingsakte en de feitelijke situatie, niet op toekomstige plannen van Caribbean Lagoon.
Vergelijkbare uitspraken
Bron
ECLI: ECLI:NL:OGHACMB:2026:72
Lees de originele uitspraak op Rechtspraak.nl
Deze samenvatting is met zorg samengesteld op basis van de oorspronkelijke uitspraak. Wilt u deze uitspraak gebruiken ter onderbouwing van een standpunt, procedure of besluit, raadpleeg dan altijd de volledige originele uitspraak.




