Een appartementseigenaar in Rotterdam vroeg de kantonrechter om het besluit van de Vereniging van Eigenaars (VvE) te vernietigen. De VvE had geweigerd toestemming te geven voor het plaatsen van een airco-unit op de loggia van de eigenaar. De eigenaar vroeg ook om een vervangende machtiging. De rechtbank besloot echter dat de VvE in redelijkheid de toestemming had kunnen weigeren, onder andere vanwege zorgen over geluidsoverlast en een onvoldoende onderbouwing van het verzoek door de eigenaar.
De aanleiding van het airco-verzoek VvE
De eigenaar, wonend op de 13e etage van een gebouw in Rotterdam, diende op 4 juni 2025 een verzoekschrift in. Hij wilde een airco-unit plaatsen om gezondheidsredenen, omdat zijn echtgenote baat had bij een koele slaapkamer. De VvE had het verzoek afgekeurd, waarna de eigenaar naar de rechter stapte. De zaak werd op 8 december 2025 behandeld, waarbij beide partijen hun standpunten toelichtten.
Argumenten van de eigenaar
De eigenaar voerde aan dat de airco medisch noodzakelijk was vanwege de gezondheidstoestand van zijn echtgenote, die hartpatiënt is. Hij stelde dat de airco de beste oplossing was voor hun situatie. De aanvraag was correct ingediend bij de juiste VvE, die deel uitmaakt van een complex met hoofdsplitsing en ondersplitsingen. Volgens de splitsingsakte was toestemming van zowel de Hoofd-VvE als de ondervereniging vereist voor het plaatsen van een airco.
Bezwaren van de VvE
- Zorgen over geluidsoverlast door de airco-unit.
- Het ontbreken van een deugdelijke onderbouwing door de eigenaar, zoals een deskundige berekening van het geluidsniveau.
Overwegingen van de kantonrechter
De kantonrechter oordeelde dat de VvE haar toestemming in redelijkheid kon weigeren. Er was onvoldoende bewijs dat de airco de beste of enige oplossing was voor de medische noodzaak van de echtgenote. Ook was er geen deskundige berekening van het geluidsniveau van de airco-unit overlegd, wat de zorgen over geluidsoverlast niet weerlegde.
Uitspraak van de rechtbank
De kantonrechter wees het verzoek tot vernietiging van het VvE-besluit af. Volgens artikel 2:15 BW kan een VvE-besluit alleen worden vernietigd als het in strijd is met wettelijke of statutaire bepalingen, redelijkheid en billijkheid, of een reglement. In deze zaak was dat niet het geval. Ook het verzoek om een vervangende machtiging werd afgewezen, omdat de toestemming niet zonder redelijke grond was geweigerd. De eigenaar werd veroordeeld in de proceskosten van de VvE, begroot op € 864. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Vergelijkbare uitspraken
Bron
ECLI: ECLI:NL:RBROT:2026:4156
Lees de originele uitspraak op Rechtspraak.nl
Deze samenvatting is met zorg samengesteld op basis van de oorspronkelijke uitspraak. Wilt u deze uitspraak gebruiken ter onderbouwing van een standpunt, procedure of besluit, raadpleeg dan altijd de volledige originele uitspraak.




