In deze zaak draaide het conflict om de rechtsgeldigheid van besluiten van de Vereniging van Eigenaars (VvE) van een appartementencomplex. Een appartementseigenaar, aangeduid als [verzoeker], verzocht de rechtbank om de VvE-besluiten, die waren genomen tijdens vergaderingen op 25 november en 16 december 2024, te vernietigen. De reden hiervoor was dat de tweede vergadering op een onjuiste locatie was gehouden, wat in strijd was met de splitsingsakte. De rechtbank heeft uiteindelijk besloten de VvE-besluiten te vernietigen en een nieuwe vergadering op de juiste locatie te gelasten.
Vergaderingen op onjuiste locatie
De splitsingsakte van de VvE bepaalde dat vergaderingen binnen een specifieke gemeente moesten plaatsvinden. Op 25 november 2024 werd een vergadering gehouden, maar door onvoldoende vertegenwoordiging konden er geen rechtsgeldige besluiten worden genomen. Daarom werd een tweede vergadering georganiseerd op 16 december 2024, maar deze vond plaats in Nieuwegein, buiten de vastgestelde gemeente. Dit was in strijd met de statutaire bepalingen.
Financiële bezwaren van de appartementseigenaar
[Verzoeker] maakte ook bezwaar tegen de financiële afwikkeling van de jaarrekening 2023-2024, met name tegen een afschrijving van €29.700 die volgens hem onvoldoende was verantwoord. Daarnaast waren er bezwaren tegen de verwarmingskosten die door Ista in rekening werden gebracht. [Verzoeker] stelde dat deze kosten niet correct waren berekend.
Beslissing van de rechtbank
De rechtbank oordeelde dat de besluiten van 16 december 2024 vernietigbaar waren omdat de vergadering in strijd was met de splitsingsakte. De besluiten van zowel 25 november als 16 december 2024, waaronder die over de jaarrekening en de decharge van het bestuur, werden vernietigd. De rechtbank bepaalde dat er een nieuwe vergadering moest worden gehouden binnen de vastgestelde gemeente. Het verzoek van [verzoeker] om zelf een nieuwe vergadering te organiseren werd afgewezen.
Uitspraak over financiële bezwaren
Ten aanzien van de financiële afschrijving van €29.700 stelde de rechtbank vast dat er nog geen definitief besluit over was genomen. Het verzoek van [verzoeker] op dit punt werd daarom niet toegewezen. Wat betreft de verwarmingskosten werd vastgesteld dat er geen besluiten over waren genomen tijdens de vergaderingen, waardoor ook dit verzoek niet kon worden toegewezen.
Proceskosten en uitvoerbaarheid
De VvE werd veroordeeld tot het betalen van de proceskosten van [verzoeker] ter hoogte van €157,50. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat de beslissing onmiddellijk ten uitvoer kan worden gelegd, zelfs als daartegen nog een rechtsmiddel openstaat.
Vergelijkbare uitspraken
Bron
ECLI: ECLI:NL:RBAMS:2025:4860
Lees de originele uitspraak op Rechtspraak.nl
Deze samenvatting is met zorg samengesteld op basis van de oorspronkelijke uitspraak. Wilt u deze uitspraak gebruiken ter onderbouwing van een standpunt, procedure of besluit, raadpleeg dan altijd de volledige originele uitspraak.




