In deze zaak stond La Maya Beach Resort Beheer N.V. (La Maya) tegenover een groep appartementseigenaren binnen het La Maya Beach Resort op Curaçao. De eigenaren hadden hun exploitatieovereenkomsten met La Maya ontbonden vanwege wantrouwen in het beheer en de exploitatie. La Maya was het hier niet mee eens en stapte naar de rechter. De rechtbank gaf de eigenaren echter gelijk en oordeelde dat zij de overeenkomsten mochten ontbinden wegens tekortkomingen van La Maya.
Onvrede over beheer door La Maya
La Maya was verantwoordelijk voor het beheer en de exploitatie van appartementen in het resort. Al sinds de oprichting in 2011 waren de eigenaren aangesloten bij een Vereniging van Eigenaren (VvE) en maakten zij deel uit van een zogeheten rental pool. De afspraken hierover stonden in exploitatieovereenkomsten. In de loop der jaren groeide de onvrede onder de eigenaren over de manier waarop La Maya haar taken uitvoerde. Ze klaagden over een gebrek aan transparantie en onvoldoende financiële verantwoording.
Besluit tot beëindiging samenwerking
In augustus 2016 besloot de VvE om La Maya te ontslaan als voorzitter en de beheerovereenkomst te beëindigen. Tijdens een vergadering in december van hetzelfde jaar gaf La Maya toe dat zij cijfers had gemanipuleerd om de oprichting van een nieuwe Vereniging van Verhuurders te ontmoedigen. Dit leidde tot verdere spanningen en het besluit van de eigenaren om in januari 2017 de exploitatieovereenkomsten te ontbinden wegens wanprestatie.
La Maya eist voortzetting exploitatie
La Maya was het niet eens met de ontbinding en startte een kort geding. Zij eiste dat de eigenaren de exploitatieovereenkomsten zouden nakomen en het verhuren van hun appartementen aan derden zouden stoppen. La Maya stelde dat de ontbinding onterecht was en dat de eigenaren hun appartementen volgens de exploitatieovereenkomst moesten blijven aanbieden via La Maya.
Rechter oordeelt in voordeel van eigenaren
De rechtbank oordeelde dat de eigenaren terecht de exploitatieovereenkomsten hadden ontbonden. De rechter vond dat La Maya tekort was geschoten in haar verplichtingen, met name op het gebied van transparantie en betrouwbaarheid in de financiële administratie. Door cijfers te manipuleren, had La Maya het vertrouwen van de eigenaren ernstig geschaad. Dit rechtvaardigde volgens de rechter de ontbinding van de overeenkomsten.
De rechtbank wees de eis van La Maya tot voortzetting van de exploitatieovereenkomsten af. Ook werd La Maya veroordeeld tot het betalen van de proceskosten, die werden begroot op NAf 3.000,-. De uitspraak werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard, waardoor deze direct in werking trad.
Vergelijkbare uitspraken
Bron
ECLI: ECLI:NL:OGEAC:2017:57
Lees de originele uitspraak op Rechtspraak.nl
Deze samenvatting is met zorg samengesteld op basis van de oorspronkelijke uitspraak. Wilt u deze uitspraak gebruiken ter onderbouwing van een standpunt, procedure of besluit, raadpleeg dan altijd de volledige originele uitspraak.




