In deze zaak stond de Vereniging van Eigenaren (VvE) tegenover een bewoner, aangeduid als [gedaagde]. De VvE eiste dat [gedaagde] zijn vloer aanpaste of verwijderde wegens klachten over geluidsoverlast van een onderbuurvrouw. De rechtbank oordeelde echter dat er onvoldoende bewijs was dat de vloer niet voldeed aan de gestelde eisen of dat er sprake was van onredelijke hinder. [gedaagde] hoefde zijn vloer dus niet aan te passen.
Verloop van de procedure
De zaak begon met een tussenvonnis op 16 april 2025 en een mondelinge behandeling op 30 juni 2025. [gedaagde], die sinds 2016 in zijn appartement woont en het momenteel verhuurt, kreeg sinds 2020 klachten over geluidsoverlast van zijn onderbuurvrouw. Na een verbouwing in 2021, waarbij een nieuwe pvc-vloer werd gelegd, bleven de klachten aanhouden. Geluidbureau Valersi voerde metingen uit waaruit bleek dat de vloer niet voldeed aan de normen in het Bouwbesluit 2012, maar wel aan gemeentelijke eisen.
Standpunten van de VvE en [gedaagde]
De VvE verzocht [gedaagde] zijn vloer aan te passen of te verwijderen en de onderzoekskosten te vergoeden, omdat de vloer niet voldeed aan de norm Ico = +10dB. Deze norm werd geadviseerd door de Nederlandse Stichting Geluidshinder. [gedaagde] weigerde, omdat zijn vloer volgens hem zwevend was gelegd en voldeed aan de eisen. Bovendien had de VvE-beheerder tijdens de verbouwing geen bezwaar gemaakt tegen zijn plannen.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank oordeelde dat er onvoldoende bewijs was dat de vloer van [gedaagde] niet voldeed aan de gestelde eisen of dat er sprake was van onredelijke hinder. De vloer was zwevend gelegd, zoals vereist door het huishoudelijk reglement. De norm Ico = +10dB werd niet als bindend beschouwd, omdat deze niet expliciet in de reglementen stond en niet algemeen werd erkend als standaard. Normale geluidshinder in appartementencomplexen werd als onvermijdelijk beschouwd, vooral gezien de leeftijd en bouwkwaliteit van het gebouw.
Afwijzing van aanvullende onderzoeken
De rechtbank wees ook de eis van de VvE af om [gedaagde] te dwingen mee te werken aan een vervolgonderzoek naar de vloer. Omdat de vloer al zwevend was gelegd, was er geen noodzaak voor een dergelijk onderzoek. De rechtbank veroordeelde de VvE tot het betalen van de proceskosten van [gedaagde], die werden begroot op €2.545,00.
Vergelijkbare uitspraken
Bron
ECLI: ECLI:NL:RBAMS:2025:5611
Lees de originele uitspraak op Rechtspraak.nl
Deze samenvatting is met zorg samengesteld op basis van de oorspronkelijke uitspraak. Wilt u deze uitspraak gebruiken ter onderbouwing van een standpunt, procedure of besluit, raadpleeg dan altijd de volledige originele uitspraak.




