In een zaak voor de rechtbank Amsterdam stond een conflict centraal tussen een verzoeker en een Vereniging van Eigenaars (VvE) over het exclusieve gebruik van een gemeenschappelijke hal. De VvE had besloten een belanghebbende toestemming te geven voor dit gebruik, maar de verzoeker wilde dit besluit laten vernietigen. De rechtbank besliste dat het besluit van de VvE geldig was en wees het verzoek tot vernietiging af.
Exclusief gebruik van de gemeenschappelijke hal
Het geschil begon toen de VvE een besluit nam om de belanghebbende een exclusief gebruiksrecht te geven voor een deel van de gemeenschappelijke hal op de eerste etage van een appartementencomplex. Het complex telt 67 appartementsrechten. De verzoeker, zelf eigenaar van een appartement op de parterre, maakte bezwaar tegen dit besluit. Eerder had de belanghebbende geprobeerd om de hal te kopen, maar dit werd geblokkeerd door de tegenstem van de verzoeker.
Procedure en bezwaren
De belanghebbende vroeg vervolgens om een gebruiksrecht, dat werd besproken tijdens de vergadering van eigenaars op 6 februari 2025. De vergadering stemde in met het verzoek, onder voorwaarden die in een gebruiksovereenkomst waren vastgelegd, inclusief een gebruiksvergoeding van € 5.000,-. De verzoeker vond dat het besluit niet correct was genomen en vroeg de rechtbank om het te vernietigen. De VvE en de belanghebbende stelden dat het besluit rechtmatig was.
Beoordeling door de rechtbank
De rechtbank beoordeelde de geldigheid van het besluit en keek naar de stemming tijdens de vergadering. Hoewel er enkele onregelmatigheden waren met volmachten, vond de rechtbank dat de stemming correct was uitgevoerd. Met een meerderheid van 66,7% was het besluit geldig volgens de VvE-regels.
Geen wijziging van de splitsingsakte nodig
De kantonrechter onderzocht of het verlenen van het gebruiksrecht een wijziging van de splitsingsakte vereiste. Er werd geconcludeerd dat het om een tijdelijk gebruiksrecht ging, waarmee geen goederenrechtelijke wijziging van de splitsingsakte nodig was. Dit viel binnen de verbintenisrechtelijke kaders.
Redelijkheid en billijkheid
De rechtbank oordeelde dat de fysieke wijzigingen voor het gebruiksrecht, zoals het verwijderen van toegangsdeuren, niet permanent waren. De belanghebbende zou de kosten voor herstel dragen. De rechter vond dat het toekennen van het gebruiksrecht redelijk was, omdat de hal niet door anderen werd gebruikt en de naastgelegen appartementen eigendom waren van de belanghebbende.
Uiteindelijk wees de rechtbank het verzoek van de verzoeker af. De verzoeker werd veroordeeld tot het betalen van de proceskosten van € 609,50 aan zowel de VvE als de belanghebbende.
Vergelijkbare uitspraken
Bron
ECLI: ECLI:NL:RBAMS:2025:6289
Lees de originele uitspraak op Rechtspraak.nl
Deze samenvatting is met zorg samengesteld op basis van de oorspronkelijke uitspraak. Wilt u deze uitspraak gebruiken ter onderbouwing van een standpunt, procedure of besluit, raadpleeg dan altijd de volledige originele uitspraak.




